De Vrouwenbeweging gingen dit jaar op bezoek bij de Arkgemeenschap in Boechout/Mortsel. Hier volgt een verslag van deze ‘Tocht van Hoop’
Samen op de tram en samen in de bus: allemaal benieuwd naar waar we terecht zouden komen en welke HOOP-volle boodschap we zouden gaan horen.
Dit jaar planden we dus geen Tocht maar een Bezoek van Hoop.
Het werk van De Ark
Het doel van de Arkgemeenschap is een huis en thuis te bieden aan mensen met een mentale handicap. Daarvoor leven en werken zij samen met hun begeleiders, die ze "assistenten" noemen.
De stichter van dit bijzonder initiatief is Jean Vanier. Hij is de zoon van de gouverneur van Canada en bouwde eerst een militaire carrière op. Later ging hij filosofie studeren in Parijs en werd hij prof.
Toen hij een Pater leerde kennen die in een psychiatrische kliniek werkte werd zijn belangstelling gewekt en zijn roeping geboren.
In 1964 kocht hij een huis in de buurt van Compiègne om samen gemeenschap te vormen met heel verschillende mensen in een veilige omgeving.
In 2008 waren er al 135 gemeenschappen, waarvan zes in België: waaronder Brussel, Namen, Antwerpen, Brugge en Gent.
De vestigingen zijn verspreid over de vijf continenten. Verbondenheid tussen personen van verschillend intellectueel niveau en sociale herkomst, met verschillende godsdienstige en culturele achtergronden als teken van oecumene, trouw en verzoening.
"Ik woon hier heel graag"
Johan Roose was onze gastheer, samen met twee bewoners: Greta en Luc. Zij vertelden over het leven en werken in de gemeenschap. Johan begon als inwonende vrijwilliger en zal nog 1 jaar dienst doen en dan afscheid nemen, want dit mandaat is steeds beperkt in de tijd.
Greta woont nog bij haar ouders, maar komt elke dag en werkt daar in het centrum en gaat 's avonds weer terug naar huis.
Luc woont nog maar anderhalf jaar in de gemeenschap sinds zijn hoogbejaarde vader overleed. Hij was al een trouwe gast van het dagcentrum.
Aangemoedigd door Johan zeggen Greta en Luc - en ze tonen dat ook door hun lachende gezicht - dat ze graag wonen in de gemeenschap. Ze luisteren ook naar wat Johan zegt en knikken uitdrukkelijk "Ja" of "Nee" naar gelang wat hij zegt.
"Samen-leven in gemeenschap"
De mensen wonen samen als een groot gezin: ongeveer zeven bewoners met twee à vier assistenten, al of niet inwonend. Vaak zijn de inwonende assistenten studenten uit alle landen van de wereld die een jaar blijven en na een spoedcursus Nederlands hier wonen en vrijwilligerswerk doen.
Samen-leven betekent: samen huishoudelijke taken verrichten, samen bezoek ontvangen, samen allerlei werkjes verdelen en behartigen.
Ze krijgen veel ondersteuning, ook van een professioneel kader, maar kunnen tevens rekenen op veel vrijwilligers.
De tafelmomenten zijn belangrijk: "Er wordt hier veel gefeest" zegt Johan. "Wij vieren hier vanalles: verjaardagen, afscheid nemen en nieuwe mensen verwelkomen". Greta en Luc knikken enthousiast en vullen nog aan. Het is goed samen te kunnen vieren, dat is gemeenschapsvormend.
"Leven betekent ook lijden"
Leven met zichtbare beperkingen is vaak moeilijk. De gehandicapte mens heeft vaak af te rekenen met negatieve signalen. Maar ook de helpers hebben hun beperkingen!
Johan: "We hebben allemaal onze armoede. We hebben elkaar nodig om dat lijden en zorgen te kunnen dragen en elkaar te troosten bij verdriet en rouw".
Naast de werktaken zijn er ook creatieve activiteiten, zoals koken, knutselen, drama en expressie.
Vaak verlaten de bewoners hun huis al in de morgen en komen na al die activiteiten in de namiddag pas thuis.
Vrijwilligers leven mee
Iedere leefgroep heeft ook een aantal vrienden die bv. éénmaal per week of één of twee weekends per maand komen meeleven en -werken. Zij maken ook echt deel uit van de gemeenschap.
Eén weekend per maand zijn de huizen gesloten en gaan de bewoners naar hun familie, naar een gastgezin of naar een gast-alleenstaande.
"Het gaat om de mens en zijn relaties"
Men draagt zorg voor die relaties door te werken aan een hartelijke gemeenschap.
Johan Roose benadrukt dat de mentaal gehandicapte mens een open mens is die zichzelf is. Daardoor kunnen ze een spiegel zijn voor ons allemaal en daardoor zijn ze niet alleen de ontvangers van hulp en steun maar kunnen ze aan hun helpers ook "geven".
Zij mogen in de ARK zichzelf zijn; het gaat hier niet om competitie of perfectie. Trouwens... worden wij daar zo gelukkig van?!
Dit positieve en inspirerende bezoek deed ons deugd. We lieten ook wat financiële steun achter want dat kunnen ze goed gebruiken. En er werd ook een oproep gedaan voor vrijwilligers, want die kunnen ze altijd gebruiken.
In ‘De Zoltjes’ genoten we nog van een verzorgde maaltijd en konden we ook nog wat napraten.
Ja, het was een bezoek van hoop!