Goede vrienden

Als ‘advent’ staat voor ‘verwachten’ en ‘uitzien naar’, dan weten we in 2020 best waar we samen naar uitzien! Het is lang geleden dat wereldwijd nog zulk een eensgezindheid bestond over de vraag wat ons samen pijn doet of ontbreekt. COVID-19 heeft onze verwachting op scherp gezet. Zolang geen vaccin beschikbaar is voor alle wereldburgers, zal het virus ons blijven achtervolgen. Zonder vaccin zal de mensheid aan het kortste einde blijven trekken, nu eens hier, dan weer daar. In deze noodtoestand helpt het niet naar omhoog te kijken, als kon de redding uit de hemel neerdalen. Neen, alle verstand en verantwoordelijkheidszin die de mensheid van God heeft gekregen, zal zij moeten inzetten om tot een oplossing te komen. Het geloof vervangt de wetenschap niet, ze ondersteunt en motiveert haar.

De eerste christenen keken uit naar een snelle wederkomst van Christus; de meeste eigentijdse christenen kijken er veel minder, misschien zelfs te weinig, naar uit. De Kerk wil “de fakkel van de hoop” (Missaal pag. 2) hoog houden. Dit gezegd zijnde, moeten we niet beginnen gissen naar het tijdstip van Christus’ wederkomst; wel moeten we beseffen dat de Advent niet alleen uitkijkt naar de menswording of geboorte van de Redder, maar ook naar de Wederkomst van diezelfde Redder, als Rechter. Het is belangrijk dat wij hoopvol blijven uitkijken en de bijna laatste woorden van de Bijbel blijven uitroepen: Kom, Heer Jezus!

Beste parochianen en gelovigen.
Wegens de lockdownmaatregelen opgelegd door het Belgische overlegcomité is het tot minstens 13 december onmogelijk om fysiek aanwezig te zijn bij eucharistievieringen. Dankzij de moderne communicatiemiddelen bestaan er gelukkig meerdere alternatieven. Ziehier een overzicht:

De laatste evangelielezing van het liturgisch jaar schetst een beeld, als in een parabel, van Jezus’ wederkomst in Zijn Koninklijke heerlijkheid: deze 34ste zondag wordt dan ook Christus Koning genoemd. Overdag lopen schapen en geiten samen, door elkaar, te grazen, maar ‘s avonds zal de koninklijke Herder hen scheiden: de schapen komen aan de goede, rechtse kant te staan en de bokken aan de slechte, linkse kant.

De parabel van de domme en verstandige bruidsmeisjes had ons al wakker geschud, maar nu blijkt passieve waakzaamheid zelfs niet voldoende. Uit de parabel van “het gebruik van de talenten” (WV 1975) blijkt dat we de genade die we gratis, voor niets, ja zelfs onverdiend, ontvangen hebben, intensief en actief moeten inzetten om vruchten af te werpen met het oog op het Koninkrijk van God. Deze parabel is uiteraard geenszins een pleidooi voor wild kapitalisme.

De lezingen van Allerheiligen staan in schril contrast met het Halloween-gebeuren (dat – helaas – steeds meer gevierd wordt in onze contreien): het zijn werkelijk troostliederen. Halloween betekent letterlijk “aan de vooravond van Allerheiligen” en is een dodenherdenking die het accent legt op griezel en bang maken. Het hoogfeest van Allerheiligen benadrukt de nagedachtenis van alle heiligen in de geloofsovertuiging dat die overledenen verder leven in het hiernamaals. De grote menigte die uit de verdrukking komt zingt een loflied voor God en voor het Lam. In de hemel alleen witte gewaden, geen rood van het bloedvergieten, geen zwart van de rouw, alleen wit als teken van hoop.

De parabel van de domme en de verstandige bruidsmeisjes is, zoals alle parabels, een kort verhaal, uit het dagelijkse leven, dat dient om een religieus idee te illustreren. In de tijd van Jezus was het heel normaal dat de bruid en haar bruidsmeisjes zaten te wachten in het ouderlijk huis van de bruid op de bruidegom die vaak veel later dan verwacht kwam, omdat hij wou onderhandelen over de te betalen bruidsschat. In de parabel komt de bruidegom wel erg laat (“midden in de nacht”). Het is hoogst normaal dat alle bruidsmeisjes al in slaap waren gevallen… De uitdrukking “als een dief in de nacht” is afkomstig uit de Bijbel en betekent dat iets vrij plotseling en op een onverwacht moment gebeurt. Het is dus vrij snel duidelijk dat Jezus, met deze parabel, verwijst naar Zijn Wederkomst. In het begin van de tweede eeuw was men vol ongeduld aan het wachten op de Wederkomst (2 Pe 3, 4): “Waar blijft nu de wederkomst die Hij heeft toegezegd? Onze vaderen zijn al gestorven, maar alles blijft zoals het van het begin der schepping geweest is.”

Volgend weekend is er op zaterdag 31 oktober om 16 uur een woorddienst met uitreiking van de communie. De voorganger is gebedsleidster Hilda Coenen.

Op zondag 1 november vieren we het feest van Allerheiligen. De bisschoppelijke conferentie van België heeft gevraagd om op die dag een eucharistieviering te houden ter gedachtenis van de slachtoffers die overleden zijn aan de gevolgen van COVID-19. Deze viering wordt voorgegaan door parochievicaris Jef Smits.

In Mt 22, 37-39 geeft Jezus een geniaal antwoord op de listige vraag naar het voornaamste gebod. De Joden zouden uiteindelijk 613 geboden (248 geboden en 365 verboden) distilleren uit hun Thora: veel Joden zagen door de bomen het bos niet meer. Het is een beetje zoals de coronamaatregelen: ze worden zo vaak bijgesteld en zijn zo complex dat veel burgers het overzicht niet kunnen bewaren. Jezus’ antwoord aan het adres van de wetgeleerde is geniaal te noemen, omdat Jezus niets uitvindt of verzint: Hij combineert de verticale liefde tot God (Dt 6, 5) met de horizontale liefde tot de medemens (Lev. 19, 18b). Dit is geniaal in vele opzichten.

De scheiding van kerk en staat lijkt voor ons een verworvenheid sinds de Franse Revolutie (1789), de Verlichting (XVIIIe eeuw), maar toch is ze niet zo evident: in België werd ze impliciet ingeschreven in de Belgische Grondwet van 1831, maar toch betaalt de Staat nog steeds het onderhoud van de gebedshuizen en de wedde van de bedienaren van de erkende erediensten. In het Verenigd-Koninkrijk staat de Queen aan het hoofd van de Anglicaanse Kerk; in Nederland staat er op de rand van de muntstukken van 2 Euro “God zij met ons”. In Saoedi-Arabië en in Iran hebben de geestelijken de politieke macht in handen en geldt er een streng islamitische en dus religieuze wetgeving. In Israël hebben de rabbijnen nog steeds een belangrijke politieke macht; een burgerlijk huwelijk bestaat niet eens!

Geen feed gevonden