Beste parochiaan of gelovige verbonden met de Sint Joriskerk.

Sedert 2 januari worden in de Sint-Joriskerk opnieuw liturgische diensten aangeboden, evenwel met maximaal 15 aanwezigen (exclusief de voorganger en kinderen die twaalf jaar oud zijn of jonger). Lees hier hoe u zich kan registreren om deel te nemen.

Zowel de eerste lezing als de Evangelielezing geven een soort samenvatting van wat er net allemaal gebeurd was met Jezus van Nazareth, die zoon van de timmerman die Zich ontpopte tot Messias. Wie in die tijd het woord “Messias” gebruikte, had allerlei hooggespannen verwachtingen, die de Emmaüsgangers goed weergeven: “En wij leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn die Israël zou verlossen!”
Die enige hoop werd letterlijk en figuurlijk aan het Kruis geslagen op zo’n manier zelfs dat het uiterst moeilijk was om de Verrezen Gekruisigde te herkennen. Maria Magdalena dacht dat het de “tuinman” was (Joh. 20, 15); de apostelen geloofden haar verhaal niet (Mc 16, 11). Toen Hij verscheen aan de Emmaüsgangers “in een andere gedaante”, herkenden ze Hem niet meteen. De Romeinse soldaten die het graf moesten bewaken worden omgekocht om een draai aan het Verrijzenisverhaal te geven: zij sliepen en de leerlingen van Jezus zijn het lijk komen stelen (Mt 28, 13). Dit werd dan volgens Matteüs de officiële versie van de feiten: “Dit verhaal is onder de Joden verder verteld tot op de dag van vandaag.” (Mt 28, 15b).

Op het hoogfeest van Beloken Pasen (beloken = voltooid deelwoord van “beluiken”, het tegenovergestelde van “ontluiken”) sluiten we het paasoctaaf af met steeds dezelfde evangelielezing: het verhaal van de spreekwoordelijke ongelovige Thomas (Joh 20, 19-31). In dit artikel staan we stil bij het vers 28, de uitroep van Thomas: “Mijn Heer en mijn God!”

Toen de Titanic zonk in 1912, zei men eigenlijk “women and children first”, maar “Ladies first” is een bekende uitdrukking geworden. Of we nu Mc 16, 1-8 of Joh 20, 1-9 lezen, het valt enorm op dat de vrouwen prominent aanwezig zijn tijdens het Paasgebeuren: “De mannelijke leerlingen zijn nergens te bekennen. Het zijn vrouwen die tot het laatst bij Jezus blijven en even later het eerst bij zijn graf zijn.” (Jongerenbijbel, 2015, pag. 76). Aan de voet van het Kruis stonden: “zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena” (Joh 19, 25). Johannes stond, als enige mannelijke volgeling, naast Jezus’ moeder (volgens Joh 19, 26). Zou het daarom zijn dat Johannes vaak afgebeeld wordt met bijna vrouwelijke gelaatstrekken? Als we het relaas van Johannes harmoniseren met dat van Marcus 15, 40-41, mogen we aannemen dat de dames het wrede spektakel van de kruisiging niet verder konden aanzien en dat ze zich “op een afstand” teruggetrokken hadden: “Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses en Salome” (…) en “verder nog vele andere vrouwen”. Maria, moeder van Jezus, en Johannes zijn kennelijk wat verder weggegaan, want Marcus vermeldt ze niet meer. Lucas (24, 10) voegt er nog een vrouw aan toe: “Johanna” (en “de andere vrouwen die met hen waren”). Opvallend: de mannelijke apostelen wilden het Paasverhaal van de vrouwen aanvankelijk niet geloven: het “leek hun beuzelpraat” (Lc 24, 11).

Palmzondag, het begin van de Goede Week. Goede Week, niet omwille van het Hosanna-gejubel, maar wel degelijk omwille van het “Crucifixus etiam pro nobis” (Hij werd voor ons gekruisigd).

Dit jaar biedt Sint-Joris opnieuw een volledig programma aan tijdens de Goede Week.

Beste parochiaan of gelovige verbonden met de Sint Joriskerk.

Sedert 2 januari worden in de Sint-Joriskerk opnieuw liturgische diensten aangeboden, evenwel met maximaal 15 aanwezigen (exclusief de voorganger en kinderen die twaalf jaar oud zijn of jonger). Lees hier hoe u zich kan registreren om deel te nemen.

Tijdens “Jezus’ laatste openlijke optreden” (Willibrordvertaling 1995, pag. 1595) geeft Jezus ons een merkwaardige paradox in Joh 12, v. 25: “Wie zijn leven bemint, verliest het, maar wie zijn leven in deze wereld haat, zal het ten eeuwigen leven bewaren.”

Sinds het begin van de coronapandemie is handhygiëne van vitaal belang. Bij de nieuwjaarswensen horen we vaak dat een goede gezondheid het allerbelangrijkste bezit is, maar hoe weinig wordt er gepeild naar onze spirituele gezondheid? De trouwe lezer zal zich afvragen wat dit allemaal te maken heeft met de Tempelreiniging van Joh 2, 13-25? Heel veel! Paulus zegt immers dat ons “lichaam een tempel van de heilige Geest [is], die in [ons] woont, die [wij] van God [hebben] ontvangen” (1 Kor 6, 19). In de verzen 9 en 10 van hetzelfde hoofdstuk somt Paulus een aantal dingen op die onze ‘spirituele tempel’ kunnen ontwijden. De evangelielezing zegt het expliciet in vers 21: “Jezus echter sprak over de tempel van zijn lichaam”. God wist uiteraard dat de prachtige Tempel van Jeruzalem, als gebouw, 40 jaar na het optreden van Zijn Zoon (in het jaar 70 n. Chr.) totaal verwoest zou worden door de Romeinen. Die verwoesting van de Tempel moet voor de Joden en de eerste christenen een wereldschokkende ramp geweest zijn: men geloofde als het ware dat God daar woonde (en nu fungeert de fameuze Klaagmuur nog steeds enigszins als postbus van God’s vroegere verblijfplaats). Tegen de Samaritaanse vrouw had Jezus al gezegd (Joh 4, 23): “Maar er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. De Vader toch zoekt mensen die Hem zo aanbidden.”

De heilige Catharina van Sinaï
Nadat Jezus gepraat had over de noodzakelijke lijdensweg, de nodige zelfverloochening en zelfs zelfopoffering, wil Hij Zijn drie steunpilaren (Petrus, Jakobus en Johannes) opnieuw bemoedigen door hen een voorsmaakje te geven van het Rijk Gods in al zijn kracht: de gedaanteverandering “op een hoge berg”. Het moet een overweldigend spektakel geweest zijn dat tijd en ruimte overstijgt, want Mozes (geboren in 1525 v. Chr.) en Elia (9de eeuw v. Chr.) zijn ook aanwezig. De verwijzing naar de Sinaïberg is duidelijk: Mozes verwijst naar de Wet en Elia is één van de grootste profeten van het Oude Testament. Maleachi (Mal 3, 23) had het voorspeld: “Zie, Ik ga u de profeet Elia zenden voordat de dag van Jahwe komt, de grote, vreeswekkende dag.”

Geen feed gevonden