Sinds 1913 wordt het Heilig Hart van Jezus gevierd in de Sint-Joriskerk, in principe op de 3de vrijdag na Pinksteren, maar in de praktijk vaak tijdens de weekendmissen (dit jaar op 12 & 13 juni, ‘ten koste van’ de 11de zondag door het jaar). Deze devotie was vroeger zo populair dat men nog steeds vele restanten van deze mooie traditie aantreft op rommelmarkten of in Kringwinkels. Het spreekt voor zich dat een traditie die niet meer zo intens beleefd wordt dreigt te degraderen tot kitsch. De daarbij horende processies waren vroeger boegbeelden en topmomenten van het Rijke Roomsche Leven dat in België ten einde liep met het overlijden van Jozef Ernest kardinaal Van Roey in 1961. Door het coronavirus kwam er een brutaal einde aan processies, rijke liturgische rituelen,… Daar komt het uiteindelijk op aan bij een volksdevotie: een groot deel van de bevolking doet mee. Hoog tijd om deze oude traditie onder de loep te nemen, in de hoop dat ze volgend jaar in ere hersteld kan worden…

Het verhaal van de storm op zee (Mc 4, 35-41) is door iedereen gekend en toch zitten er vreemde kronkels in het verhaal. Wanneer laat Jezus het meer van Galilea oversteken “tegen het vallen van de avond”? Waarom gaan ervaren vissers in op dit voorstel? Wat betekent de zinsnede “zoals Hij daar in de boot zat”? Was Jezus zo moe dat Hij meteen in slaap viel op de boot? Zat Hij al op de boot? Aan het begin van hoofdstuk 4 wordt er inderdaad verteld dat “Hij in een boot die op het water lag moest stappen” om de grote menigte op de oever te onderwijzen. Waarom lag Jezus te slapen “aan de achtersteven” (“in puppi” in het Latijn, cf. ‘la poupe’ in het Frans)? Is dat niet de plaats van de stuurman? Waarom wil Hij per se “naar de oostelijke oever van het meer, waar heidenen woonden” (Missaal pag. 850), naar de “zuidoostkust van het meer van Galilea” (Studiebijbel Gilbrant 1992, pag. 137)? Waarom wil Jezus per se van het vertrouwde Galilea naar een gebied dat duidelijk niet-Joods, mogelijk Romeins was? De aanwezigheid van varkens, varkenshoeders, Romeinse namen als Dekapolis, Legio (de naam van de demon),… wijst op Romeins gebied. Na de fameuze uitdrijving van duivels in 2000 zwijnen wordt Jezus verzocht de “streek te verlaten” (Mc 5, 17). Waarom klinkt vers 40 als een verwijt aan de apostelen (en onrechtstreeks aan ons)? “Waarom zijt ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?”

Van de 7 sacramenten is de eucharistie wellicht het belangrijkste, maar ook gevaarlijkste sacrament (althans volgens Paulus).

Op het hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid lezen we in het B-jaar het einde van het Matteüs-evangelie “Zending van de apostelen”, ook wel de “grote opdracht” genoemd. Het Matteüs-evangelie staat eerst omdat het de beste overgang vormt tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Het contrast tussen het strikte monotheïsme van de eerste lezing (Dt 4, 32-34.39-40) en de 3 laatste verzen van het Matteüs-evangelie is nochtans schril: van “Jahwe is God (…) er is geen ander” (Dt 4, 39 – partim) tot de overbekende trinitaire doopformule “in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest” (Mt 28, 19b). De titel van dit artikel werd geïnspireerd door vers 18: “Mij [Jezus] is alle macht gegeven in de hemel en op aarde”.

De federale regering en de regeringen van de deelstaten hebben op 11 mei in het overlegcomité beslist over een breed zomerplan. Dit zijn enkele gevolgen voor onze parochiegemeenschap. Erediensten, huwelijken en begrafenissen tot 100 personen binnen (en 200 personen buiten) worden vanaf 9 juni toegelaten, echter mits de nodige maatregelen gegarandeerd worden: mondkapjes blijven verplicht en de afstandsregel moet gerespecteerd worden. In de praktijk komt dit er op neer dat we bij een eredienst ongeveer 65 kerkgangers kunnen onthalen. De parochie beveelt aan bij het betreden en het verlaten van het kerkgebouw nog steeds de handen te ontsmetten.

Om de erediensten bij te wonen in onze kerk blijft registratie noodzakelijk tot en met het weekend van 5-6 juni. Voor de weekenden daarna vervalt deze regel.

Geïnteresseerden kunnen de volledige communicatie van het overlegcomité raadplegen langs deze schakel.

Wanneer een leerling in de Joodse school me vroeg waar christenen de Heilige Geest vandaan haalden, was hij verrast te horen dat de “rûah” (levensadem, wind) helemaal “in het begin” (Genesis 1, 2 of Beresjiet) van zijn eigen Thora aan het werk was: “de Geest van God zweefde over de wateren”. Net zoals de Getuigen van Jehovah zien de meeste Joden een tamelijk onpersoonlijke kracht in “de Geest van God”. We zijn toen niet dieper ingegaan op de theologische discussie, maar toch lijkt de Geest niet zo onpersoonlijk in het Oude Testament: “Ik [God] heb mijn geest op hem [mijn dienstknecht] gelegd” (Js 42, 1); “De geest van Jahwe, mijn Heer, rust op mij, want Jahwe heeft mij gezalfd” (Js 61, 1).

Johannes 17 wordt het hoge priesterlijk afscheidsgebed genoemd en dan stelt zich de vraag of het gebed voor eenheid (“opdat zij één mogen zijn zoals Wij”) verhoord werd. Wie de kerkgeschiedenis bestudeert of de twaalfde encycliek van paus Johannes Paulus II (Ut Unum Sint, 1995) leest, is geneigd te stellen dat er een enorme verdeeldheid is tussen christenen. Paus Johannes Paulus II deed een warme oproep om resoluut te gaan voor de oecumene. Er was niet alleen de Ariaanse controverse in de 4de eeuw, het grote schisma in 1054, het Westerse schisma tussen 1378 en 1417 (met op een gegeven moment 3 pausen), de Reformatie in 1517, de Anglicaanse Kerk in 1534, maar ook talloze afscheuringen en opsplitsingen: sommige studies gewagen van… 45.000 christelijke denominaties. Het is overigens uitermate belangrijk te noteren dat de verdeeldheid begon terwijl Jezus er nog bij stond te kijken: “zij [de leerlingen] hadden onderweg een woordenwisseling gehad over de vraag, wie de grootste was” (Mc 9, 34). Iets later is er een machtsstrijd tussen “Jakobus en Johannes” (Mc 10, 37). Bovendien zijn er voortdurend spanningen tussen de “johanneïsche gemeenschap” en “de andere gemeentes, in de persoon van Petrus” (NBV Studiebijbel – 2008, pag. 1941). Jezus lijkt bijna geïrriteerd door die eeuwige tweestrijd: “Als Ik hem [Johannes] wil laten blijven tot Ik kom, is dat uw zaak? Gij [Petrus] moet Mij volgen!” (Joh 21, 22). Die spanning is typisch menselijk: enerzijds werd Petrus aangesteld als de herder van de kudde, de leider van de apostelen (de kapitein van de voetbalploeg), anderzijds werd Johannes aangeduid als de lievelingsleerling van de Meester. Het is inderdaad een beetje zoals in het voetbal: de kapitein is niet noodzakelijk de sterspeler van het elftal (op het einde van het Johannes-evangelie waren er nog slechts 11 apostelen). “Zo ontstond onder de broeders het gerucht, dat die leerling niet zou sterven” (v. 23). Het spreekt voor zich dat Johannes niet onsterfelijk was: men neemt aan dat Johannes figuurlijk onsterfelijk werd door zijn Evangelie, dat tamelijk fel verschilt van de 3 zogenaamde synoptici (waarvan alleen Matteüs een apostel zou kunnen geweest zijn).
Tot zover het utopische aspect van het hoge priesterlijke afscheidsgebed van Jezus. Een onmogelijke werkelijkheid zoals het “Alle Menschen werden Brüder” van Von Schiller (1785), gebruikt in de koorfinale van de Negende Symfonie van Beethoven (1823), gekozen door de Raad van Europa als volkslied (1972) en tenslotte door de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie uitgekozen als officieel volkslied van de Europese Unie (1985)?

(opgedragen aan E.H. Hugo Dierick, voor zijn werk bij Marriage Encounter)
In de tweede lezing en in de Evangelielezing van vandaag wordt de liefde bezongen in alle toonaarden, maar de vraag is of wij de term “liefde” wel begrijpen zoals de evangelist Johannes die begreep: denken wij niet teveel aan de “heidense term eros” (Missaal, pag. 436)?

Op 24 april namen we in onze kerk afscheid van mevr. Véronica Missonnier (1965-2021). Véronica had eigenlijk de Franse nationaliteit, leefde de laatste jaren in Gap in Frankrijk, maar was aan het sparen voor een terugkeer naar Antwerpen - de stad van haar geliefde zoon, Cédric. Deze kende Sint-Joris als een warme kerk. Véronica werd wel eens omschreven als ‘excentriek’ of een ‘free bird’. Echter was ze vooral gekend als een begaafde kunstenares. Ze had een zeer groot en goed hart: ze zou zichzelf verwaarloosd hebben om anderen te helpen. Ze was - net zoals Jezus - “a rebel with a cause”. Hieronder een reproductie van één van de schilderijen van de overledene.

In het Johannes-evangelie staan er zeven “Ik ben”-uitspraken: Ik ben het Brood des Levens/het Licht van de Wereld/de Deur/de Goede Herder/de Opstanding en het Leven/de Weg, de Waarheid en het Leven/de Ware Wijnstok. Tot voor kort vond ik de 7de en laatste “Ik ben”-uitspraak een beetje een anticlimax, maar nu blijkt “Ik ben de Ware Wijnstok” een perfecte samenvatting van de verhoudingen tussen God de Vader, de Zoon van God en de gelovigen.

Geen feed gevonden