Waarom is het verhaal van de Emmaüsgangers zo populair?

Ongetwijfeld dankzij de bekende “happy end” (“Brandde ons hart niet in ons?” – v. 32). Het “plot” is dat van een actiefilm of een road-movie: eerst zijn de protagonisten verdrietig, maar na de “Deus ex machina” verschijning zijn de 2 discipelen zo enthousiast (letterlijk ‘van God vervuld’) dat ze onmiddellijk terugkeren naar Jeruzalem en ongeveer 22 km stappen op één dag! Maar we beginnen bij het begin…

De conversatie (in het Grieks staat er – grappig genoeg – “homilie”) is “somber gestemd” (Lc 24, v. 17 – NBV), de 2 discipelen hadden “een bedrukt gezicht” (WV 1975). Het lijkt wel een mini-cursus interreligieuze dialoog: Jezus is slechts een “profeet” (v. 19) – net zoals in de Islam – en van Jezus werd gewacht dat Hij “Israël ging verlossen” (v. 21) – hét verwachtingspatroon van de Joden t.o.v. de Messias-figuur. De teleurstelling is duidelijk en begrijpelijk: hoe kon een man “machtig in daad en woord” overgeleverd worden aan de wrede en vernederende Kruisdood? De Koran stelt dan ook met klem dat Jezus niet werd gekruisigd (Koran, hoofdstuk 4, v. 157-158). De Joden daarentegen zijn ervan overtuigd dat Jezus wel degelijk werd gekruisigd , maar niet opnieuw tot leven kwam (cf. v. 23). Heel de interreligieuze dialoog staat en valt bij het Kruis.

De evangelist Lucas rept geen woord over de opstanding zelf en de verrijzenisverhalen van de vrouwen lijken “beuzelpraat” (v. 11). Jezus bevestigt het discours van de engelen: de lijdensweg van de Messias maakt deel uit van Gods heilsplan. Zo ging de Messias binnen “in zijn glorie” (v. 26). Ondertussen hadden de 2 Emmaüsgangers hun bestemming bereikt (op een 11-tal km van Jeruzalem); van waar de mysterieuze reisgezel komt en naar waar hij gaat is onduidelijk, maar “Hij deed alsof Hij verder moest gaan” (v. 28). Het blijkt dat Jezus, met Zijn onvergankelijk lichaam, niet gebonden is aan tijd en ruimte en dat Hij altijd en overal kan verschijnen én… verdwijnen (v. 31). De verschijning aan Petrus wordt slechts aangestipt: voor Lucas is het belangrijker dat we de Heer Jezus herkennen in de onbekende, eventueel noodlijdende, levensgezel (“één dezer geringsten van mijn broeders”, zoals Mt 25, 40 zegt). Zodra Hij (h)erkend wordt, verdwijnt Hij: als wij m.a.w. barmhartigheid betonen aan de naaste (naar Lc 10, 36-37), verdwijnt het probleem van de naaste.

Wat betekent het verhaal voor ons in de 21ste eeuw? We kunnen Jezus slechts ontmoeten in de Schrift(uitleg), het Laatste Avondmaal of de eucharistie en, last but not least, in het contact met de noodlijdende medemens (voor wie wij een “barmhartige Samaritaan” kunnen zijn). We mogen dus niet te egocentrisch rondlopen; we moeten met de grootste aandacht uitkijken naar die toevallige voorbijganger. Wie weet is het Jezus wel!

Waarom is het verhaal van de Emmaüsgangers zo herkenbaar? Ook wij zijn al eens teleurgesteld en “somber gestemd”, als we naar het Nieuws kijken of luisteren. Er zijn mensen die het Nieuws zelfs niet meer willen horen of zien, maar als christenen moeten wij de “tekenen van de tijd” (Mt 16, 3), hoe dramatisch ze ook mogen lijken, positief inschalen. Wanneer wij naar de Kerk mogen gaan of medemensen mogen helpen, doen we dat “in blijdschap en eenvoud van het hart” (Hnd 2, 46). Sterker nog, wij dragen een verrijzenisgeloof uit en zijn mensen van de hoop, ook in bange dagen: “Weest altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft.” (1 P 3, 15)
Wij moeten blijven doorvertellen wat er gebeurd is op de weg naar Emmaüs!

Bernard

Geen feed gevonden