De Hemelvaart van de Heer is een hoogfeest dat wat ondergesneeuwd is tussen Pasen en Pinksteren (misschien omdat het op een weekdag valt, nl. donderdag). Het belang van de Hemelvaart van de Heer kan echter niet genoeg benadrukt worden. In Jezus-filmen is de Hemelvaart vaak de moeilijkst te verfilmen scène. De Heer Zelf geeft minstens 5 redenen voor het belang van Zijn Hemelvaart.

Ten eerste verdwijnt de aardse Jezus uit het gezichtsveld van de 11 overgebleven apostelen, maar Hij wordt nu opnieuw opgenomen in de hemelse heerlijkheid, van waar Hij bij alle christenen kan zijn “tot aan de voleinding der wereld” (Mt 28, 20). Uit alle lezingen blijkt dat Jezus een “heilsvolmacht” (Willibrordvertaling, 1995) van God de Vader heeft gekregen. In het hogepriesterlijk afscheidsgebed valt het op dat Jezus niet bidt voor de hele wereld (Joh. 17, 9), maar enkel en alleen voor Zijn leerlingen en “ook voor hen die door hun [= van de apostelen] woord in [Hem] geloven (Joh 17, 20)”. Hij bidt m.a.w. niet voor mensen die niet in Hem geloven. Dit vers hoeft niet in tegenspraak te zijn met het bekende vers van Joh. 3, 16: God houdt misschien wel van heel de wereld (i.e. alle mensen), Hij heeft Zijn Zoon gegeven voor alle mensen, maar alleen de mensen die in Hem geloven zullen het eeuwig leven hebben. Er is – gelukkig – “ruimte voor velen” (WV), “veel kamers” (NBV-Joh. 14, 2).

Ten tweede, strekt de heilsvolmacht die de Mensenzoon had gekregen (zie Dan. 7, 14 & Js 2, 2-5) zich uit tot alle volkeren (en dus niet langer uitsluitend tot het Joodse volk & land). De aanbidding van God is niet langer plaatsgebonden (zie Joh. 4, 21). Christenen kunnen God “aanbidden in geest en waarheid” (Joh. 4, 23), altijd en overal. Altijd en overal is er goddelijke tegenwoordigheid.

Ten derde, krijgen wij, 10 dagen na de Hemelvaart, “bijstand van de heilige Geest”, de Helper, de Trooster, de paracleet (Joh. 14, 25).
Ten vierde, wordt onze godsdienst gemakkelijk gemaakt: het volstaat zich te laten dopen, zich te laten onderwijzen en het geloof door te geven. Dat is onze grote opdracht, onze zending.

Ten vijfde, zullen christenen “grotere” werken kunnen doen (Joh. 14, 12) dan de Heer en Zijn apostelen. Op die manier worden wij deelachtig aan het heilsplan van God: wij moeten “alle volkeren” (Mt 28, 19) leren onderhouden wat Jezus had voorgeleefd “in real life” voor Zijn leerlingen, van bij het begin van Zijn missie tot aan Zijn Hemelvaart. Deze opdracht is al vrij goed verlopen: met ongeveer 2,3 miljard christenen is ruim 1 op 3 mensen op deze planeet een christen. Enerzijds helpt het internet ons om het christelijke geloof nog sneller te verspreiden, anderzijds hebben we steeds meer het gevoel dat we omringd worden door ongelovige, andersgelovige en vijandige medemensen. Jezus heeft nooit gezegd dat het een gemakkelijke opdracht zou worden… Het christendom is als een roos: een prachtige bloem, er zitten echter doornen aan, maar Hij heeft de doornenkroon voor ons gedragen… “Laat uw hart niet verontrust worden” (Joh. 14, 1).

Bernard

Geen feed gevonden