Het afscheid van de angst

De profeet Joël (hoofdstuk 3) had het voorspeld: ooit zou Jahwe Zijn Geest uitstorten “over alle mensen”. Het gebeurde met Pinksteren, de 50ste dag na Pasen, in het jaar 30: voor de Joden betekende het de overhandiging van de Wet; voor de christenen betekent het de neerdaling van de heilige Geest in tongen van vuur op de hoofden van de apostelen. De leerlingen zaten bang, gespannen en onzeker achter gesloten deuren. Zouden we dat mogen hertalen naar “ze zaten gestresseerd in lockdown”? De reden van hun beklemmende angst is “vrees voor de Joden” (het Griekse woord voor “fobie” wordt gebruikt).

Plotseling stond de Verrezen Heer in hun midden door de gesloten deuren heen, net zoals Hij dwars door de grafsteen heen was gegaan. Na een dubbele, traditionele sjalom-begroeting blies Hij de heilige Geest over hen, als voorsmaakje van het Pinkstergebeuren, net zoals God de levensadem in de neus van Adam had geblazen (het Hebreeuwse ruach en het Griekse pneuma kunnen “geest, wind, adem” betekenen). Mogen we zeggen dat Jezus hen een nieuw leven (een tweede adem in atletiektermen) inblies?

Wat er ook van zij, de apostelen waren niet langer bang; integendeel, ze waren wild enthousiast (letterlijk: vervuld van de heilige Geest), ze waren deelachtig geworden aan het goddelijke (zonder gelijk te worden aan God, zoals de slang destijds had geïnsinueerd – Gn 3, 5) en ze kregen goddelijk gezag voor hun zending op gebied van vergeving en niet-vergeving van zonden.

Deze metanoia (verandering van ingesteldheid) is heel belangrijk voor ons in deze tijden: wanneer we echt overtuigd zijn van het Paasgebeuren, maakt onze stress plaats voor blijdschap. Johannes getuigt hiervan (1 Joh. 1, 4): “wij schrijven dit om ons aller vreugde volkomen te maken”. Dat is Pinksteren: de Paasvreugde in alle talen verkondigen! Dit kunnen we nooit uit eigen kracht, maar wel met de hulp van de heilige Geest…

Bernard

Geen feed gevonden