Afdrukken
Categorie: hoofdartikel
Hits: 479

Het evangelie van de 14de zondag door het jaar is hetzelfde als dat van de viering van het Heilig Hart van Jezus, namelijk Mt 11, 25-30 (de lichte last); we verwijzen dan ook graag naar het artikel “Meer dan een gouden hart” dat op 17 juni verscheen. Vandaag concentreren we ons op één aspect van vers 25: Jezus zegt er ons dat de toegang tot Gods koninkrijk niet afhangt van ons studieniveau, maar eerder weggelegd is voor de “kleinen” (SV & NBG “kinderkens”). 

Letterlijk staat er “onmondige mensen”: bedoelt Jezus eigenlijk kinderen, eenvoudige mensen of arme mensen? Enerzijds roept Jezus ons bij het begin van de kerkrede op om opnieuw te worden als “de kleine kinderen” (Mt 18, 3), anderzijds prijst Jezus aan het begin van de zaligsprekingen “de armen van geest” (Mt 5, 3). Misschien komt het op hetzelfde neer. De BGT (2014), die we voor de rest niet prijzen, vertaalt Mt 5, 3 als volgt: “Het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben”. We weten natuurlijk allemaal dat kleine kinderen zo kwetsbaar zijn dat ze hun vertrouwen moeten stellen in hun ouders. Een baby is noodzakelijkerwijs heel bescheiden en onschuldig, omdat hij of zij weinig of niets kan uit eigen kracht; een baby heeft z’n ouders nodig, zoals wij, volgens Jezus, God nodig hebben.

Bijbels gezien ligt het “nature-nurture-debat” gevoelig. Ter herinnering: wordt een mens bepaald door zijn/haar natuur (aanleg, genetisch materiaal) of door zijn/haar opvoeding & leefomgeving? Waarom ligt dit debat moeilijk voor de gelovige Bijbellezer? Langs de ene kant zegt God in Gn 8, 21: “het hart van de mens is immers geneigd tot het kwade van jongs af aan”. Vertaald naar ons debat: de mens is van nature slecht (en moet degelijk opgevoed worden). Langs de andere kant nodigt Jezus ons uit om opnieuw te worden als “de kleine kinderen” (terug naar de prille jaren vóór onze opvoeding). Jean-Jacques Rousseau dacht in de 18de eeuw in dezelfde richting: de mens is van nature goed (“naturellement bon”), maar de maatschappij maakt de mens slecht en corrupt.

Een concreet voorbeeld om te bewijzen hoe complex deze materie is: Kaïn en Abel, de 2 oudste zonen van Adam en Eva. De Bijbel geeft geen reden voor Gods voorkeur voor het offer van Abel, noch voor de broedermoord. Kaïn was stellig jaloers op Abel, maar moest hem daarom nog niet vermoorden. Was Kaïn van nature slecht en Abel van nature onschuldig? Of werd Kaïn slecht door zijn leefomgeving van boer/landbouwer (Abel was herder)?

De film “A Clockwork Orange” (Kubrick, 1971) draait om dezelfde thematiek: kan het uiterst gewelddadige hoofdpersonage (Alex) genezen worden in de psychiatrie of is hij door en door slecht geboren en zal hij moorddadig en sadistisch blijven ondanks alle mogelijke therapie?

Het loont de moeite een ander Bijbelvers te overpeinzen (Gn 4, 7 – God spreekt tot Kaïn): <<Als gij het goede doet, is er opgewektheid; maar doet gij het goede niet, dan loert de zonde als belager aan uw deur, begerig u te grijpen.>>

Hiermee is een groot woord gevallen: zonde. Zondig leven, “volgens het vlees leven”, zegt Paulus in Rom. 8, 8. Wie kent de zeven hoofdzonden nog? Superbia (hoogmoed), Avaritia (hebzucht), Luxuria (lust), Invidia (jaloezie), Gula (gulzigheid), Ira (woede) en Acedia (luiheid). Om te zwijgen over de deugdenlijsten: Prudentia (voorzichtigheid), Iustitia (rechtvaardigheid), Temperantia (gematigdheid), Fortitudo (moed), Fides (geloof), Spes (Hoop) en Caritas (Naastenliefde).

Tot slot en om de cirkel rond te maken: een kort eerbetoon aan Moeder Teresa, in 2016, heilig verklaard door paus Franciscus. Zette zij zich niet in, een halve eeuw lang, voor arme straatkinderen in Calcutta? Hoe vaak moet zij niet gedacht hebben aan wat Jezus had gezegd over de “kinderkens”? Hoe vooral kinderen onschuldig zijn aan die armoede…

Bernard