Afdrukken
Categorie: hoofdartikel
Hits: 416

In het tweede deel van de parabelrede (Mt 13) vertelt Jezus hoe gemakkelijk er onkruid groeit tussen de tarwe en Hij legt uit dat het onkruid symbool staat voor “de kinderen van het kwaad”. Van de oude zegswijze <<onkruid vergaat niet>> weten we dat het slechte moeilijk uit te roeien valt; integendeel, het slechte heeft neiging om het goede te overwoekeren. De parabel wil ons nog een andere les aanreiken: de “knechten” zijn te gebrand op het “bijeengaren” (lees: uittrekken, wieden) van het onkruid. Bij Zijn uitleg gaat Jezus niet in op dit voorstel van de knechten. In de parabel zelf zegt de Heer duidelijk “neen”: de Heer is bang dat de knechten bij het bijeengaren van het onkruid per ongeluk ook wat goede tarwe zouden uittrekken. Jezus zegt expliciet dat het wieden & verbranden  van het onkruid pas zal gebeuren “op het einde van de wereld”.

Wat vertelt deze parabel ons anno 2020? Als wij nu even veronderstellen dat wij goede (hoewel onnutte) “knechten”/discipelen zijn, dan is het niet aan ons om andere mensen te bestempelen als onkruid, i.e. “kinderen van het kwaad” of slechte mensen. Dit is een constante in de leer van Jezus: “oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt” (Mt 7, 1); “[God de Vader laat] immers de zon opgaan over slechten en goeden” (Mt 5, 45).

De conclusie van Jezus, Zoon van God, is duidelijk: “laat beide [het onkruid & de tarwe] samen opgroeien tot de oogst” (Mt 13, 30). “De oogst is het einde van de wereld”, legt Jezus uit (Mt 13, 39). De engelen zullen “de kinderen van het kwaad” “in de vuuroven werpen” (v. 42).

Moraal van het verhaal: wij zijn geen engelen, wij moeten hun bestraffende taak niet overnemen, wij mogen geen oordeel vellen over andere mensen (dat zal de Mensenzoon wel doen tijdens het Laatste Oordeel). Ons oordeel is trouwens afschuwelijk subjectief en vaak fout: al heel snel zien wij met plezier het kleinste foutje bij de medemens, terwijl we de grote fouten bij onszelf niet eens opmerken (naar Mt 7, 3-5). Het is beter geduld te oefenen tegenover de medemens en eerst in eigen boezem te kijken: de Heer biedt altijd kans tot inkeer en de Geest komt onze zwakheid graag te hulp. Het Laatste Oordeel komt aan de Mensenzoon toe: Hij heeft daartoe een volmacht van God de Vader gekregen. De Mensenzoon “heeft onder ons gewoond” (Joh. 1, 14): Hij weet perfect wie “de kinderen van het Rijk” (de tarwe) en “wie de kinderen van het kwaad” (het onkruid) zijn.

By the way, om terug te keren naar ons spreekwoord <<onkruid vergaat niet>>, het kan zijn dat die slechte mensen lang en gelukkig leven. Ook dat staat in de Bijbel en de godvruchtige Job begreep het niet: “Waarom hebben de goddelozen het goed, ja steeds beter naarmate zij langer leven?” (Job 21, 7).

Bernard

 

Bernard

Onkruid vergaat niet…



In het tweede deel van de parabelrede (Mt 13) vertelt Jezus hoe gemakkelijk er onkruid groeit tussen de tarwe en Hij legt uit dat het onkruid symbool staat voor “de kinderen van het kwaad”. Van de oude zegswijze < <onkruid vergaat niet> > weten we dat het slechte moeilijk uit te roeien valt; integendeel, het slechte heeft neiging om het goede te overwoekeren. De parabel wil ons nog een andere les aanreiken: de “knechten” zijn te gebrand op het “bijeengaren” (lees: uittrekken, wieden) van het onkruid. Bij Zijn uitleg gaat Jezus niet in op dit voorstel van de knechten. In de parabel zelf zegt de Heer duidelijk “neen”: de Heer is bang dat de knechten bij het bijeengaren van het onkruid per ongeluk ook wat goede tarwe zouden uittrekken. Jezus zegt expliciet dat het wieden & verbranden van het onkruid pas zal gebeuren “op het einde van de wereld”.

Wat vertelt deze parabel ons anno 2020? Als wij nu even veronderstellen dat wij goede (hoewel onnutte) “knechten”/discipelen zijn, dan is het niet aan ons om andere mensen te bestempelen als onkruid, i.e. “kinderen van het kwaad” of slechte mensen. Dit is een constante in de leer van Jezus: “oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt” (Mt 7, 1); “[God de Vader laat] immers de zon opgaan over slechten en goeden” (Mt 5, 45).

De conclusie van Jezus, Zoon van God, is duidelijk: “laat beide [het onkruid & de tarwe] samen opgroeien tot de oogst” (Mt 13, 30). “De oogst is het einde van de wereld”, legt Jezus uit (Mt 13, 39). De engelen zullen “de kinderen van het kwaad” “in de vuuroven werpen” (v. 42).

Moraal van het verhaal: wij zijn geen engelen, wij moeten hun bestraffende taak niet overnemen, wij mogen geen oordeel vellen over andere mensen (dat zal de Mensenzoon wel doen tijdens het Laatste Oordeel). Ons oordeel is trouwens afschuwelijk subjectief en vaak fout: al heel snel zien wij met plezier het kleinste foutje bij de medemens, terwijl we de grote fouten bij onszelf niet eens opmerken (naar Mt 7, 3-5). Het is beter geduld te oefenen tegenover de medemens en eerst in eigen boezem te kijken: de Heer biedt altijd kans tot inkeer en de Geest komt onze zwakheid graag te hulp. Het Laatste Oordeel komt aan de Mensenzoon toe: Hij heeft daartoe een volmacht van God de Vader gekregen. De Mensenzoon “heeft onder ons gewoond” (Joh. 1, 14): Hij weet perfect wie “de kinderen van het Rijk” (de tarwe) en “wie de kinderen van het kwaad” (het onkruid) zijn.

By the way, om terug te keren naar ons spreekwoord <<onkruid vergaat niet>>, het kan zijn dat die slechte mensen lang en gelukkig leven. Ook dat staat in de Bijbel en de godvruchtige Job begreep het niet: “Waarom hebben de goddelozen het goed, ja steeds beter naarmate zij langer leven?”

(Job 21, 7).



Bernard