Wie vindt er niet graag een koopje in de Kringwinkel, op de Rommelmarkt of tijdens de solden? In de parabel van de verborgen schat lezen we dat het zoeken en vinden van het Koninkrijk veel leuker is dan het vinden van gelijk welke aardse schat. Jezus had dat ook al in de Bergrede gezegd: “zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid” (Mt 6, 33); “Verzamelt u geen schatten op aarde, waar ze door mot en worm vergaan en waar dieven inbreken om te stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar ze niet door mot of worm vergaan en waar dieven niet inbreken om te stelen” (Mt 6, 19-20).

Het zijn verzen die we allemaal kennen, maar laat ons eerlijk zijn: wie zoekt er nog het Koninkrijk? Bij het bidden van het Onze Vader denken we dat dat Rijk ooit wel eens zal komen, maar er actief naar op zoek gaan lijkt wat veel gevraagd. Het is als het uitkijken naar “een nieuwe hemel en een nieuwe aarde”, “het nieuwe Jeruzalem” (Apk. 21, 1-2). Volgens een moeilijk te begrijpen en mysterieus vers (2 Pe 3, 12) kunnen we de komst van de Heer bespoedigen, wat dat ook moge betekenen. Volgens dezelfde Petrus is “de deugdelijkheid” van ons geloof “zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud” (1 Pe 1, 7). In die brief is er ook sprake van loutering, zuivering, waarbij katholieken denken aan het vagevuur (een leerstuk dat theologisch-Bijbels gebaseerd is op 1 Kor. 3, 10-15 & 2 Mak. 12, 40-44). Maar goed, wie is er in de 21ste eeuw nog bezig met het vagevuur, de hel, het hiernamaals,…? De tijdsgeest lijkt terug te keren naar het hiernumaals van het Oude Testament, waar bitter weinig sprake is van het hiernamaals. Het Oude Testament spreekt alleen over “sjeool”, een schimmig dodenrijk. Een uitzonderlijke passage in het Oude Testament is Job 19, 25-27: “Want ik weet, ik ben er zeker van: mijn verdediger leeft, tenslotte zal Hij deze wereld binnentreden. En al ben ik nog zo geschonden, ik zal God zien vanuit dit lijf. Aan mijn zijde zal ik Hem zien, met eigen ogen; ik sterf haast van verlangen”. Liefhebbers van klassieke muziek kennen dit vers van Händels Messiah (1741), meer bepaald de sopraan-aria “I know that my Redeemer liveth”.
Nu is de Bijbel wel vaker verrassend: bijvoorbeeld in 1 K 3, waar Salomo wijsheid vraagt aan God. Zelfs God lijkt enigszins verrast en had verwacht dat Salomo rijkdom, een lang, gelukkig, gezond leven of de ondergang van zijn vijanden aan God zou vragen (zoals zijn vader, David, dat misschien zou gedaan hebben volgens Ps 139, 19-22).
Conclusie: het is nuttig stil te staan bij wat we zoeken in het leven en bij wat we vragen aan God in onze gebeden. De kans is groot dat Jezus andere prioriteiten stelt…

Bernard

Geen feed gevonden