Eén week na het verhaal over de broodvermenigvuldiging, lezen we vandaag een al even bekend verhaal: “tegenwind op het meer” oftewel, maar dan zijn we al aan het interpreteren, “Jezus loopt over het water”. De letterlijke interpretatie kennen we allemaal vanuit de filmwereld, maar wat kan een symbolische interpretatie ons bijbrengen? Ten eerste moeten ook wij misschien wat meer tijd vrij maken om “in afzondering te bidden” (Mt 14, 23). Prima vorm van onthaasting, beste manier om op te staan, vóór het eten, alvorens te slapen,…

Ten tweede kan de tegenwind op het meer (of was het een storm?) symbool staan voor allerlei tegenslagen in het leven of voor de vaak vijandige buitenwereld.
Ten derde, kan de boot (of het schip) de kerk voorstellen, die geteisterd wordt door allerlei “golven” (secularisering, vervolging,…).
Ten vierde mogen wij ons wellicht identificeren met de leerlingen, met Petrus als prototype: ook wij panikeren vaak te snel; soms zijn wij geestdriftig, soms wankelen we. Het is duidelijk dat wij, net zoals Petrus, de blik op Jezus gericht moeten houden, want in crisistijd is Jezus de enige bemiddelaar die ons kan helpen; zo niet, dreigen wij te verzinken in een zee van stress.

Ten vijfde en ten laatste, het grote verschil tussen de letterlijke en de symbolische interpretatie: heeft Jezus echt letterlijk over water gelopen of is het symbolisch om uit te drukken dat Jezus boven de zonde staat? Er zijn inderdaad christenen die zeggen dat het water (het meer) symbool staat voor de zonde (cf. Apk 21, 1: “en de zee bestond niet meer”). Net zoals de broodvermenigvuldiging of de wonderbare visvangst is het lopen op water een natuurwonder, waarmee sommige mensen het nog moeilijker hebben dan met genezingsverhalen (daar kunnen sceptici nog zeggen dat het een placebo-effect of een psychosomatische zelfgenezing was). De eerste vier aspecten van de symbolische interpretatie waren verrijkend, maar het vijfde aspect is verreikend: het stelt de basis van ons geloof in vraag. Ons Joods-christelijke geloof is inderdaad gebaseerd op twee grote heilsfeiten: voor de Joden, de bevrijding uit Egypte & het splijten van de Rode Zee om geboorte te geven aan een volk met een toekomst (Pesach); voor de christenen, de opstanding van Jezus (Pasen). De link tussen Pesach en Pasen is het lam: de Joden moesten het bloed van een lam op de deurposten smeren opdat de engel van de dood zou voorbijgaan (Pesach, Passover betekent “voorbijgaan, overslaan”); Jezus is Zelf het Pesachlam dat voor ons werd geslacht (1 Kor. 5, 7). Zowel in het Jodendom als in het christendom is Pesach/Pasen het allerbelangrijkste feest: zonder dat Paasgebeuren blijft er niets over van ons geloof.

Met de moderne middelen is het ongetwijfeld gemakkelijker om over water te lopen (de tovenaar Dynamo deed het in 2011 – meer dan waarschijnlijk zat er plexiglas onder het wateroppervlak) dan uit de dood op te staan (een honderdtal jaar geleden had Houdini beloofd dat hij iets zou laten weten uit het hiernamaals).

De eerste lezing (1 K 19) vertelt het verhaal van de glorie van JHWH die in een zachte bries voorbijtrok aan Elia, na een zware storm, een aardbeving en een hevige brand op de Horeb. Als we uit dat bekende verhaal de natuurwonderen weglaten, blijft er ook niet veel over.
Kortom, de symbolische interpretatie zou ons geloof moeten verrijken, niet ondermijnen, noch verarmen.

Bernard

Geen feed gevonden