Als een charlatan een sekte opricht, dan zal hij altijd geneigd zijn om geld te ontfutselen aan zijn volgelingen. De eerste christenen werden weliswaar ook aanzien als een Joodse sekte (Hnd 24, 5.14) die de naam “De Weg” gekregen had, maar hun leider, Jezus, beantwoordde geenszins aan het Messias-profiel dat de Joden verwacht hadden. De Joden zaten inderdaad al eeuwen en eeuwen te wachten op een nieuwe Mozes die tegelijkertijd een nieuwe David zou zijn: een groot profeet dus die als machtige koning de Joden zou redden van alle onheil.

 

Na de belijdenis van Petrus (die Jezus erkent als dé Messias) krijgen we in het Mattheüs-evangelie de eerste lijdensvoorspelling. Petrus reageert fel op deze eerste aankondiging van de lijdensweg. Petrus had zich ongetwijfeld een andere Messias voorgesteld in de lijn van de Joodse Messias-verwachting. Petrus moet wel ingezien hebben dat Jezus niet de macht en rijkdom had van een David of een Salomo, maar een Messias/Redder die naar Jeruzalem gaat om er te sterven, dat gaat er bij Petrus niet in. In de grondtekst staat er dat Petrus Jezus wil “bestraffen”. Petrus, die kort daarvoor nog benoemd werd tot “rots” (in de branding), wordt nu een obstakel op de (lijdens)weg die Jezus wil en moet gaan. Jezus reageert furieus: “Ga weg, satan, terug!”. Jezus vindt het een “schandaal” (Gr. skandalon / Lat. scandalum) dat Petrus nog zo aards, menselijk denkt i.p.v. Gods Wil voorop te stellen. Wij zouden het natuurlijk niet beter gedaan hebben dan Petrus: gods wegen zijn nu éénmaal ondoorgrondelijk, dat wil zeggen dat er soms rare dingen gebeuren (naar Rom. 11, 33). De Joden kenden uiteraard het beeld van de Lijdende Dienaar van de Heer vanuit Jesaja, maar zij dachten dat de Lijdende Dienaar van de Heer eerder het volk was en niet dé Messias ‘himself’.

Jezus gaat nog veel verder in Zijn betoog: niet alleen de Mensenzoon, maar ook de volgelingen zullen moeten lijden. Zoals iedere tot de kruisdood veroordeelde, moest Jezus Zijn eigen kruis dragen. Welnu, ook de volgelingen zullen hun kruis moeten opnemen: alleen Johannes zou rustig ingeslapen zijn op hoge leeftijd; al de andere apostelen stierven een gewelddadige dood of werden martelaren.

Wat betekent deze dialoog tussen Jezus en Petrus voor ons? Liefde voor Jezus is kennelijk niet voldoende (liefde à la Petrus kan ons op een dwaalspoor brengen), die liefde moet gepaard gaan met inzicht (cf. Fil. 1, 9: “moge uw liefde steeds rijker worden aan inzicht en fijngevoeligheid, om te kunnen onderscheiden waar het op aankomt”). Er is nog een andere, verontrustende, les die we kunnen trekken uit deze dialoog: men kan blijkbaar geïnspireerd door de Geest spreken en even later afgeleid worden door de satan, die graag inspeelt op onze zwakheden (zie Mt 4 ‘de beproevingen van Jezus in de woestijn’: hebzucht, materialisme, showvertoon, machtswellust,…). Ten derde denken wij, net zoals Petrus, vaak te aards of zelfs te platvloers (cf. Kol. 3, 2: “Zint op het hemelse, niet op het aardse”). Tenslotte is het zo moeilijk om zichzelf te verloochenen, d.w.z. alle persoonlijke en ambities laten varen, het aardse leven ondergeschikt maken aan het eeuwige, hemelse leven (we denken dan aan boegbeelden als Franciscus van Assisi, Sint-Vincentius, Pater Damiaan, Romero, Moeder Teresa e.a.). Zou onze tijdsgeest niet gekenmerkt worden door een groeiend egoïsme, totaal in strijd met wat Jezus voor ogen had? Het ware levensgeluk kan men eigenlijk niet kopen, zegt Jezus ons herhaaldelijk, o.a. in de Zaligsprekingen en andere stukken uit de Bergrede, maar toch denken veel van onze tijdgenoten dat met geld alles te koop is…

We zouden dit artikel graag besluiten, als bonus, met een reflectie over het vers Mt 16, 28 (dat net geen deel uitmaakt van de evangelielezing van de dag), omdat het zo moeilijk te interpreteren valt: “Er zijn er onder de hier aanwezigen, die de dood niet zullen ervaren voordat zij de Mensenzoon zullen zien komen in zijn koninklijke macht”.

Er zijn grosso modo 6 mogelijke interpretaties. In chronologische volgorde.

  1. Jezus bedoelt Zijn verheerlijking op de berg, waar Petrus, Jacobus en Johannes een glimp zullen opvangen van de hemelse Jezus. Dit mysterieuze evenement vond echter 6 dagen later plaats. De uitlating van Jezus klinkt dan zwaar dramatisch: sommigen zullen mijn gedaanteverandering binnen 6 dagen nog meemaken; anderen zullen al dood zijn binnen 6 dagen. Qua context is deze interpretatie de beste (van Mt 16 naar Mt 17), maar qua timing slaat ze nergens op.
  2. Jezus bedoelt Zijn opstanding op Paaszondag.
  3. Jezus bedoelt het indrukwekkende Pinkstergebeuren, maar strikt genomen was Hij daar niet rechtstreeks bij betrokken.
  4. Jezus bedoelt de verwoesting van Jeruzalem in 70 n. Chr., 40 jaar na Zijn kruisiging. Deze interpretatie is zeer gevaarlijk: ze impliceert dat de verwoesting van Jeruzalem een straf was, omdat de meeste Joden hun lang verwachte Messias hadden verworpen. Gevaarlijke interpretatie, omdat 80 jaar geleden nog iemand meende de Joden te moeten bestraffen, omdat ze volgens Mt 27, 25 de volle verantwoordelijkheid voor de kruisiging van Jezus op zich hadden genomen.
  5. Jezus bedoelt de opkomst en de bloei van de eerste Kerk: de eerste huiskerk in Dura Europos (Syrië) van 231 n. Chr. of de instelling van het christendom als staatsgodsdienst vanaf 380 n. Chr.
  6. Jezus bedoelt Zijn wederkomst op het einde der tijden voor het Laatste Oordeel. Qua vocabularium doet ons vers (Mt 16, 28) inderdaad denken aan Mt 25, 31: “Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid en vergezeld van alle engelen, dan zal Hij plaats nemen op zijn troon van glorie”.

Bij Zijn terugkeer zal de Mensenzoon inderdaad “koninklijke macht” hebben. Er is uiteraard één enorm probleem dat deze interpretatie huiveringwekkend maakt: Jezus was totaal verkeerd qua timing. Het spreekt natuurlijk voor zich dat geen enkele apostel de Wederkomst heeft meegemaakt… Het is zo dat Petrus en Paulus de Wederkomst nog tijdens hun leven hoopten mee te maken. “Volgens de oudste tradities in het Nieuwe Testament zou het einde binnen enkele jaren komen” (NBV Studiebijbel – 2008, pag. 2094). Bijvoorbeeld: “dit geslacht zal niet voorbijgaan, totdat dit alles [de ondergang van de wereld] gebeurd is” (Mc 13, 30).
“De schrijver van 2 Petrus wil de verwachting van de nabije komst van de Heer levend houden” (Willibrord 1995, pag. 1827):
“Waar blijft nu de wederkomst die Hij heeft toegezegd? Onze vaderen zijn al gestorven, maar alles blijft zoals het van het begin der schepping geweest is.” (2 Pe 3, 4)

Dit artikel wil geen enkele interpretatie opdringen: het is aan de lezer om zelf na te denken over het Woord van God…

Bernard

Geen feed gevonden