De parabel “Arbeiders van het elfde uur” is een antwoord op een vraag van Petrus: “Wat zullen wij dus krijgen?”. Een parabel of een gelijkenis is een verhaaltje uit het dagelijkse leven gegrepen om een religieus idee te illustreren. Jezus vertelt het herkenbare verhaal van een landeigenaar (= God) die arbeiders (= gelovigen) zoekt voor een intensieve werkdag van 12 uur tijdens de druivenpluk eind september. De landeigenaar gaat 5 maal op zoek naar arbeiders: om 5u ‘s morgens, om 8u, om 11u, om 14.00u en tenslotte om 16.00u. Het dagloon wordt vastgesteld op 1 denarie (laat ons zeggen 50 Euro). Op het einde van de lange werkdag krijgen alle arbeiders 1 denarie (50 Euro). De arbeiders van het eerste uur (die gewerkt hebben van 5u tot 17.00u) zijn verbolgen dat de arbeiders van het elfde uur (die slechts één uur gewerkt hebben, namelijk van 16.00u tot 17.00u) evenveel krijgen. Zo’n dagloon was zo’n beetje het bestaansminimum: een lam kostte bijvoorbeeld 4 denariën. Als de landeigenaar aan de arbeiders van het elfde uur slechts een uurloon had uitgekeerd, dan zouden ze een slordige 4 Euro hebben gekregen (en dan zouden ze 50 dagen hebben moeten werken om 1 lam te kopen). Het is duidelijk dat de landeigenaar wil dat iedereen het goed heeft en vooral, da t niemand in de armoede verzeild raakt. Tot zover de parabel…

Wat wil Jezus bedoelen met zijn parabel over de druivenplukkers? Hij besluit weer met dat mysterieuze zinnetje: “Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.”

De laatsten of de laagsten in rang zijn de ongeletterden, de kinderen, de hoeren, de zondaars, de heidenen,…); de eersten in tijd en rang zijn de Farizeeën, de schriftgeleerden, de Joden in het algemeen. Wat er gebeurt is dat de laatsten de eersten zullen voorbijsteken door te geloven in de van oorsprong Joodse Messias die de Heiland van de heidenen blijkt te zijn (wat Bach “der Heiden Heiland” noemt).
Deze parabel als antwoord op de materialistische vraag van Petrus is ook een waarschuwing aan het adres van de apostelen (die bijna allemaal Joodse roots hadden), de discipelen en dus onrechtstreeks aan ons: het is fout als we alleen onszelf als waardig beschouwen, want we kunnen Gods logica nooit vatten. Gods gedachtegang gaat ons verstand ver te boven, zoals te lezen staat in Js 55, 8-9 (niet toevallig de eerste lezing) en Rom 11, 33: “zo gaan ook mijn wegen uw wegen te boven, en mijn gedachten uw gedachten”; “Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen! Wie kent de gedachte des Heren?”.
Het beste voorbeeld is de misdadiger die naast Jezus aan het kruis hangt en in extremis tot inkeer komt en aldus gered wordt… Hij was de arbeider (de gelovige) van het elfde uur (wij zouden zeggen van 5 voor twaalf).

Bernard

Geen feed gevonden