De parabel van de domme en verstandige bruidsmeisjes had ons al wakker geschud, maar nu blijkt passieve waakzaamheid zelfs niet voldoende. Uit de parabel van “het gebruik van de talenten” (WV 1975) blijkt dat we de genade die we gratis, voor niets, ja zelfs onverdiend, ontvangen hebben, intensief en actief moeten inzetten om vruchten af te werpen met het oog op het Koninkrijk van God. Deze parabel is uiteraard geenszins een pleidooi voor wild kapitalisme.

Een parabel vertelt, zoals altijd, alledaagse dingen (“handelen”, “bij verdienen”, “afrekening”) om een religieus idee te illustreren: wij moeten onze talenten investeren (om in dezelfde financiële termen te spreken) om ze vruchten te laten opbrengen. De dienaar die zijn talent in de grond stopt en begraaft is als een katholiek die gedoopt werd, zijn eerste communie deed, zijn vormsel deed, trouwde voor de Kerk en zelfs iedere zondag naar de Kerk ging, maar die verder niets doet met zijn geloof. Jakobus zegt het zo: “Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen, zonder zich in daden te uiten, dood” (Jak. 2, 17). Met andere woorden: wij mogen niet futloos of lauw worden, we mogen nooit op onze lauweren rusten! Het gemeenschapsmissaal (2007) geeft ons een waarschuwing: de kerkgemeenschap mag zich niet terugplooien op zichzelf “uit schrik voor het risico en bij gebrek aan verbeeldingskracht en initiatief ten opzichte van de noden in de wereld” (pag. 1247). Vandaag de dag zijn de noden enorm groot en de coronacrisis vergt veel “verbeeldingskracht” om de naastenliefde te beoefenen zonder de “social distancing” uit het oog te verliezen.

De bekende eerste lezing, de lofrede op de sterke vrouw van Spreuken 31, 10-31, gaat in dezelfde richting: de ideale vrouw is niet zozeer mooi (altijd mooi meegenomen natuurlijk), maar wel godvruchtig, menslievend, vlijtig en liefdadig. De schrijver zegt geen woord over haar schoonheid, hij roemt haar werken, niet alleen voor haar gezin, maar ook voor de “behoeftige” en de “misdeelde”. In een wereld van “social media” (Facebook, Instagram, SnapChat,…) lonkt het gevaar van oppervlakkige schoonheid. Sterker nog, woorden als godvrezend, godvruchtig, deugdzaam, vlijtig, liefdadig, barmhartig,… verdwijnen uit onze woordenschat als sneeuw voor de zon. Een aantal jaren geleden probeerde ik enkele woorden uit de Zaligsprekingen (arm van geest, zachtmoedig, barmhartig,…) uit te leggen in het beroepsonderwijs aan leerlingen met een migratie-achtergrond: uiteindelijk kwamen we uit bij “loser”, wat Jezus natuurlijk niet bedoelde!

Kortom, het vormsel is helemaal geen afscheidsritueel (zoals tegenwoordig vaak het geval is), sacramenten zoals het vormsel, het huwelijk, de verzoening of zelfs de wijding zijn nooit eindpunten: neen, dan begint pas het echte werk!

Tot slot, dit hallucinante vers van Jezus (Joh 14, 12): “wie in Mij gelooft, zal ook zelf de werken doen die Ik doe. Ja, grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga”.
Ik kan me niet inbeelden dat wij grotere wonderen kunnen of zullen doen dan Jezus, maar in de 21ste eeuw, op de autosnelwegen van het worldwide web, kunnen wij ongetwijfeld meer mensen bereiken door evangelisatie dan de Heer destijds.

Bernard

Geen feed gevonden