Johannes was werkzaam in de woestijn en moest de weg voor de Messias recht maken, wat impliceert dat de Joodse leiders de weg krom hadden gemaakt. Johannes de Doper werd gezonden door God om een boodschap over te brengen. De synoptici (Mt, Mc, Lc) typeren hem als een voorloper-wegbereider; Johannes typeert hem eerder als een getuige. In het Griekse woord voor “getuigen” (martureoo) zit echter ook “martelaar worden” vervat: we weten dat Johannes de Doper al snel onthoofd zou worden vanwege zijn getuigenis tegen het “establishment”. En helaas zouden de meeste mensen niet gaan geloven in het Licht; in zekere zin verkozen zij de duisternis. Wat er ook van zij, Johannes de Doper moet getuigen over dat Licht opdat alle mensen (Joden én heidenen) het Licht zouden kunnen zien (letterlijk en figuurlijk). Tijdens de zeer officieel lijkende ondervraging geeft Johannes de Doper duidelijk aan dat hijzelf niet het Licht is, noch de Messias, noch een profeet. Johannes de Doper mocht dan wel lijken op Elia, die men terug verwachtte tegen de eindtijd, maar hij wil niet geïdentificeerd worden als de nieuwe Elia.

Maar waarom doopte Johannes de Doper dan? Was het een reinigingsritueel of toch een Messiaanse doop? Het was slechts een voorbereidende doop, een voorafgaande reiniging (een beetje zoals onze babydoop in afwachting van het vormsel, de confirmatio). De Messias was er al, hij stond niet in het groepje, maar hij was heel nabij. Nu was het zaak de Messias te (h)erkennen. Hoewel zij familiebanden hadden, kende zelfs Johannes de Doper Jezus niet. Johannes de Doper wil aan de Joodse leiders meegeven dat ze minder aandacht zouden moeten hebben voor hem, want ze moeten hun aandacht ten volle richten op de Komende (Adventus in het Latijn).

Men zou zich kunnen afvragen waarom Johannes de Doper en vooral Jezus zo weinig gehoor kregen (“Hij was in de wereld; (...) en toch erkende de wereld Hem niet.” – Joh 1, 10). Eigenlijk was het logisch en voorspelbaar, als we de missieverklaring van Jezus erbij nemen (Lc 4, 18): “Hij [God] heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid”. Jezus had gewoon voorgelezen uit de Schrift (de onvermijdelijke Jesaja), maar de gevestigde orde zag dat Schriftwoord niet graag in vervulling gaan. Heersers zoals Herodes Antipas blijven graag aan de macht, zelfs als het slechts gaat om een vierde deel (Galilea & Perea) van een vazalstaat van het Romeinse Rijk. Herodes Antipas was blij met de terechtstelling van Johannes de Doper en Jezus van Nazaret. Zonder aan politiek te willen doen, kan men zich met recht en reden afvragen of het vandaag de dag anders zou zijn verlopen? Met andere woorden: willen wij de weg die Johannes de Doper en Jezus van Nazaret gebaand hadden echt inslaan? Talloze arme mensen zullen zeggen dat ze nog niet veel gemerkt hebben van de Blijde Boodschap in de praktijk. De prediking van Johannes de Doper en Jezus van Nazaret is dus nog steeds actueler dan ooit… Meer dan ooit moeten wij Jezus leren kennen!

Bernard

Geen feed gevonden