Het spreekwoord “wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd” is van toepassing op de Schriftlezingen van de vierde zondag van de Advent. Het contrast tussen de eerste lezing en het Evangelie van de dag is opvallend: David ziet alles groots (een groot paleis voor hem en een grote Tempel voor God), terwijl “het grootste heilsgebeuren” gaat plaatsvinden in een “bescheiden Palestijnse woning” (Missaal, 2007, pag. 65).


De aankondiging van de geboorte van Jezus (Leonardo da Vinci)

De aankondiging van de geboorte van Jezus (Leonardo da Vinci)

God de Vader heeft geen vaste verblijfplaats nodig; de Zoon ook niet (“de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten” – Mt 8, 20). In het gesprek met de Samaritaanse zal Jezus duidelijk maken dat God niet aanbeden moet worden op een vaste plaats, maar overal “in geest en waarheid” (Joh. 4, 20-24). God eert het kleine: Nazaret is een onbelangrijk dorp (dat nooit vermeld wordt in het Oude Testament), Maria is een jong, arm, bescheiden meisje, maar zij heeft, onverdiend, genade gevonden (niet zelf bewerkt). Het is God die haar heeft uitgekozen en uitverkoren om de menswording te laten plaatsvinden. Jezus betekent, net zoals Jozua, “God redt” en Jezus is, via Maria, 100% mens (via Jozef, een afstammeling van David), en via Zijn Vader, 100% God. Dit heilsgebeuren was ongezien en ongehoord in het Oude Testament: het was een totaal Nieuw Verbond. Alles is blijkbaar mogelijk “wanneer God en mens samenwerken aan een nieuwe geboorte” (Missaal, 2007, pag. 66). Jozua had het uitverkoren volk destijds naar het Beloofde Land geleid; Jezus zal Zijn volgelingen naar het eeuwig leven leiden. Dit alles in niet geringe mate dankzij Maria die zich opstelt als een slavin (het woord doulos zal nog vaak opduiken in het Evangelie): beschikbaarheid, onderwerping, overgave en vertrouwen zijn de kernwoorden. Maria vraagt zich zelfs niet af of het allemaal zal gebeuren, ze vraagt zich enkel en alleen af hoe het zal gebeuren! Jezus zal later (Mc 11, 23-24) dat geloof dat bergen verzet beschrijven: nooit twijfelen, geloven dat het mirakel zal gebeuren, ja zelfs geloven dat het al gebeurd is. Sara lachte destijds, Zacharias twijfelde; Maria aarzelde geen moment, hoewel zij geen flauw benul had van wat er haar allemaal boven het hoofd hing (op het einde haar Zoon op het Kruis). Maria nam trouwens een enorm risico: zij kon verworpen worden, verbannen worden, als gek beschouwd worden of zelfs gestenigd worden op basis van de Wet van Mozes (zie Dt 22, 14.21).

Als we dit overbekende verhaal van de boodschap van de engel Gabriël aan Maria actualiseren en op onszelf betrekken, kunnen we onszelf een paar kritische vragen stellen: zijn wij nog zo beschikbaar? Staan wij nog open voor Gods boodschap? Ongewild moet ik hier denken aan de steeds talrijker wordende momenten wanneer ik een iets oudere CD of een DVD probeer te bestellen: “niet meer verkrijgbaar of beschikbaar”. De eigentijdse mens wil liever alles gratis en voor niets downloaden van het internet, liefst in een paar seconden. Volgens het laatste boek van de Bijbel (Apokalyps 21, 6b) geeft God ook “om niet” (“Wie dorst heeft zal Ik te drinken geven uit de bron van het water des levens, om niet”), maar toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat God veel meer toewijding vraagt dan wij denken. Het nederig dienstbetoon van Maria en haar Zoon moet altijd ons voorbeeld blijven…

Bernard

Geen feed gevonden