De zondag “Doop(sel) van Christus” luidt het einde van de Kersttijd in. De feestdagen zijn achter de rug, er is veel geld uitgegeven en dan klinkt het Evangelie soms erg confronterend. Het Missaal (2007, pag. 131) leidt de eerste lezing (Js 55, 1-11) als volgt in: “Om de vruchten te genieten van het eeuwig verbond dat de profeet Jesaja aankondigt, moeten wij arm zijn, verlangend uitzien naar God, en hunkeren naar zijn woord.”

Het doet denken aan de eerste zaligspreking (Mt 5, 3): “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen” (Willibrordvertaling 1975).

In de Bijbel in Gewone Taal (2014) wordt dat: “Het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben.”

De Bijbel Dichtbij (2017, pag. 1714) verduidelijkt de BGT vertaling: “hoe minder je hebt, hoe meer je begrijpt dat je niet zonder God en andere mensen kunt.”

Deze 3 citaten schetsen meteen ons grootste probleem AD 2021: wij zijn doorgaans niet echt arm en hebben meestal niet echt het gevoel dat we God nodig hebben. De evangelist Marcus is ongetwijfeld de jongeman die bij Jezus wou blijven, toen deze laatste gearresteerd werd, maar die uiteindelijk naakt moest wegvluchten. Ongewild doet deze vreemde passage denken aan Job 1, 21: “Naakt kom ik uit de schoot van moeder aarde, naakt keer ik daar terug”. Iedereen weet natuurlijk dat men geen bezittingen kan meenemen in het graf. De naakte evangelist moet gedacht hebben: die kleren verliezen, dat is niet erg, maar de Heer Jezus verliezen, dat is een ander verhaal, hoe moet ik nu verder leven zonder de Heer? De evangelist Marcus staat bekend voor zijn korte portrettering van Jezus, vol actie. Marcus schetst eerst een kort beeld van het optreden van de getuige Johannes de Doper om dan over te schakelen op de doop van Jezus in de Jordaan door diezelfde Johannes de Doper. Johannes de Doper doopte met water; Jezus zou later dopen met de Heilige Geest, maar eerst laat Jezus Zichzelf dopen, na een wandeltocht van een 100-tal kilometer, een soort nieuwe uittocht. Johannes de Doper predikte een bekeringsdoop, als afscheid van een zondig leven, en men kan zich met recht en reden afvragen waarom Hij die zonder zonde was zich moest laten dopen. Volgens Mt 3, 14 begreep Johannes de Doper er ook niets van. Het antwoord van Jezus was eerder raadselachtig: “Laat nu maar; want zo past het ons al wat is vastgesteld te volbrengen.”

We proberen het scenario als volgt te begrijpen: na 30 jaren waarover weinig of niets bekend is, stelt Jezus een symbolische daad aan het begin van Zijn missie. Er wordt als het ware connectie gemaakt met de hemel en de link tussen de Vader en de Zoon wordt gelegd via de Heilige Geest. Wanneer Jezus opstijgt uit het water, daalt de Heilige Geest op Hem neer “als een duif”. Het doet sterk denken aan het vormsel (plechtige communie), waarbij een gedoopte katholiek de kracht van de Heilige Geest ontvangt met de woorden “Accipe signaculum doni Spiritus Sancti”/ “Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods”. Beide sacramenten zijn Bijbels: geloof schenken aan de prediking, zich laten dopen, de Heilige Geest ontvangen door handoplegging en gebed (zie Hnd 8, 12-17). Jezus was een volwassene en het is nog steeds zo in de Katholieke Kerk dat bij de doop van een volwassene de sacramenten doop en vormsel direct achter elkaar in één Mis worden uitgereikt.

Op 12-jarige leeftijd had Jezus al begrepen wie Zijn Vader was (Lc 2, 49), maar vlak na Zijn doop wordt Hij als het ware gezalfd en aangesteld als Zoon van God. De evangelielezing eindigt met dat prachtige zinsdeel: “in U heb Ik welbehagen”. Alles verloopt kennelijk volgens het aloude plan van God de Vader. Jeremia had een nieuw Verbond laten uitschijnen (Jr 31, 31-34): het Oude Verbond stond, extern, op 2 tafels gebeiteld; het Nieuwe Verbond staat in ons hart gegrift. De bedoeling is nieuwe mensen te ‘maken’. De auteur van Ef. 4, 24 verwoordt het zo: “Bekleedt u met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.”

Jezus Christus is de enige bemiddelaar van dit Nieuwe Verbond (zie 1 Tim. 2, 5): alle soorten offers verdwijnen, dankzij het éénmalige zoenoffer van de Zoon.

Men kan dus goed opgeleid, intelligent en welsprekend zijn, maar de Heilige Geest moet op ieder van ons rusten, willen wij echt gezegend door het leven gaan. Gods geest moet over ons zweven, anders blijft alles woest en doods (naar Gn 1, 2). De Katholieke Kerk wil ons daarbij helpen…

Bernard

Geen feed gevonden