Er moest en er zou een Joodse profeet opstaan, een tweede Mozes (op basis van Dt 18, 18). Bovendien zou deze Messias-figuur de “kop” van de slang “bedreigen”, zoals voorspeld in het overbekende Genesis-verhaal (Gn 3, 15). Het Boek Openbaring (Apokalyps) leert ons dat “de oude slang, die Duivel en Satan heet, (…) de hele wereld verleidt” (Apk 12, 9). In het Grieks is de “Diábolos” letterlijk iemand die alles door elkaar gooit. En zo belanden we in de evangelielezing van de dag (Mc 1, 21-28): Jezus werd nog maar net Zelf beproefd door de duivel in de woestijn (v. 13) en nu wordt Hij geconfronteerd met een man die bezeten is door een demon, zonder uiterlijke ziekteverschijnselen (“een man die in de macht was van een onreine geest”). Het is opvallend en misschien wel best vreemd dat dit tafereel zich afspeelt in de synagoge, waar Jezus net met een heel eigen autoriteit (en niet volgens de traditionele overlevering) les had gegeven over Zijn leer (“doctrina” in de Neo-Vulgaat). Die allereerste prediking valt blijkbaar nog in goede aarde: de mensen zijn stomverbaasd. Alle aanwezigen zijn wild enthousiast, uitgezonderd de bezetene, de enige toehoorder die beseft dat “Jezus van Nazaret” geen gewone Rabbi is, maar wel degelijk “de heilige Gods”, de “Zoon van God” (Lc 1, 35). De bezetene spreekt in het meervoud:

 “Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten”.F0034b4

In de Bijbel, en zeker in dat korte Marcus-evangelie, is ieder woord belangrijk: laat ons hopen dat “ons” niet slaat op de aanwezige Joodse gelovigen (die Jezus als Messias al gauw zouden verwerpen en wegjagen), maar wel op de demonen in het algemeen. De demonen willen blijven heersen in de duisternis, zij schuwen het Licht van Christus. Ook in deze beeldspraak is ieder woord belangrijk, ja zelfs gevaarlijk, want in de Johannes-proloog is er geen sprake van demonen die Jezus verwerpen, integendeel: “Het ware Licht, dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld. Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden, en toch erkende de wereld Hem niet” (Joh. 1, 9-10).
Wat er ook van zij, Jezus wil ons, mensen, verlossen van “onreine” geesten. In het Grieks staat er “a” (d.w.z. on-) en “katharos” (d.w.z. “zuiver”: denk aan de “Katharen” – de zuiveren – van de 12de en 13de eeuw in de Languedoc, en aan het geleerde woord “catharsis”, een ingrijpende geestelijke of lichamelijke reiniging).
Jesaja (Js 35, 5-7) had voorspeld dat de Messias allerlei wonderen zou doen, genezings- en natuurwonderen:
”Dan worden de ogen van de blinden ontsloten en de oren van de doven geopend. Dan danst de kreupele als een hert en juicht de tong van de stomme. En water welt op in de woestijn, rivieren in het dorre land. Het verschroeide land wordt een meer, de dorstige grond een waterrijke fontein.”
Men heeft 36 wonderverhalen van Jezus opgesomd: genezingen, exorcisme, opwekkingen uit de dood en beheersing van de natuur.
Genezingen en exorcisme zijn geladen begrippen in de 21ste eeuw: vroeger werd zowat iedere kwaal aan een demon toegeschreven, terwijl wij sinds eeuwen iedere kwaal wetenschappelijk proberen te benoemen. De meesten van ons gaan regelmatig naar de dokter of het hospitaal, maar bij het woord “exorcist” denken we meer aan de filmwereld. Het is betekenisvol dat de evangelist Marcus een 20-tal wonderverhalen laat beginnen met een uitdrijving van een boze geest. Het is zo dat de duivel ons leven door elkaar wil gooien, daar waar Jezus ons wil reinigen van alle zonden. Het is altijd goed om de 7 hoofdzonden onder de loupe te nemen, omdat de duivel nog steeds dezelfde “beproevingen” gebruikt als in de woestijn (Mt 4, 1-12): hoogmoed, hebzucht, (machts)wellust, jaloezie, gulzigheid woede, luiheid.
We moeten durven toegeven dat deze zonden weelderig tieren in onze maatschappij. Veel exegeten willen aan de vele genezingsverhalen uitsluitend symbolische waarde hechten, maar dat de boodschap alleen maar dwingender voor de hedendaagse mens: zonde (of een demon) leidt tot stress, geweld, geestelijke armoede of zelfs (spirituele) dood. Zonde maakt onzuiver, vies, doof voor het Woord van God, blind voor het Licht van Christus. Zonde ondermijnt onze vitaliteit en onderwerpt ons aan de duivel.
Meer dan ooit is Jezus onze belangrijkste dokter, onze “divin médecin” (Le commentaire biblique du disciple, pag. 1301). De evangelielezing van vandaag is geen oud genezingsverhaal dat ons niet meer aanbelangt; integendeel, wij moeten op zoek gaan naar de “onreine geest” in onszelf en die laten uitdrijven door Jezus ‘himself’ of door een kerkelijke broeder die zich geroepen voelt om de taak van Jezus verder te zetten (opgelet uiteraard voor oplichters!). << Volgens het kerkelijk wetboek moeten de gelovigen in elk bisdom bij een erkend priester-exorcist terechtkunnen, maar geen enkele van die duiveluitdrijvers is geneigd om in het openbaar dieper in te gaan op zijn werk. ,,In het beste geval worden we verkeerd begrepen en in het slechtste geval worden we belachelijk gemaakt'', zeggen ze. (Nieuwsblad, 13 maart 2005) https://www.nieuwsblad.be/cnt/gnjd8n10

Bernard

Geen feed gevonden