De heilige Catharina van Sinaï
Nadat Jezus gepraat had over de noodzakelijke lijdensweg, de nodige zelfverloochening en zelfs zelfopoffering, wil Hij Zijn drie steunpilaren (Petrus, Jakobus en Johannes) opnieuw bemoedigen door hen een voorsmaakje te geven van het Rijk Gods in al zijn kracht: de gedaanteverandering “op een hoge berg”. Het moet een overweldigend spektakel geweest zijn dat tijd en ruimte overstijgt, want Mozes (geboren in 1525 v. Chr.) en Elia (9de eeuw v. Chr.) zijn ook aanwezig. De verwijzing naar de Sinaïberg is duidelijk: Mozes verwijst naar de Wet en Elia is één van de grootste profeten van het Oude Testament. Maleachi (Mal 3, 23) had het voorspeld: “Zie, Ik ga u de profeet Elia zenden voordat de dag van Jahwe komt, de grote, vreeswekkende dag.”

de heilige Catharina van SinaïMozes en Elia komen het Messias-statuut van Jezus bekrachtigen. De 3 apostelen “waren geheel verbluft” door de gedaanteverandering. Het contrast tussen het hiernumaals en het hiernamaals is dan ook sterk in de verf gezet: bij Zijn eerste komst, als onschuldige baby, was Jezus nog geluierd en gesluierd, hier is Hij tijdelijk een hemels Lichaam op aarde, de Messias die centraal staat tussen Mozes (de Wet) en Elia (de profeten). Petrus wil dit moment vasthouden (wij zouden er vlug een foto van nemen met onze GSM), maar “een wolk” kwam God onthullen en tegelijk verhullen: “sjechina” of aanwezigheid van JHWH. God Himself komt Zijn volmacht geven aan Zijn Zoon, de Messias: het is de welbeminde Zoon van Ps 2, 7. De 3 topapostelen begrepen er niets van: Petrus “wist niet goed wat hij zei”. Het kon er bij de topapostelen niet in: de langverwachte Messias, die welbeminde Zoon, kon toch niet sterven? Niet vergeten dat de Joden zaten te wachten op een Messias met een dubbele functie: ultieme profeet en grote Koning in de lijn van David en Salomo, die ging vechten tegen de Romeinen. Gods plan bleek anders te zijn: de Messias, Zijn Zoon, moest, als Lijdende Dienaar, sterven voor de zonde van het volk. Wie kent Joh 3, 16 niet?
<< Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. >>
Maar toch wil God ook al een tipje van de sluier oplichten. “Daarom laat Hij hun nu al een stukje van Gods nieuwe wereld zien.” (Bijbel Dichtbij, 2017, pag. 1798). Dat gebeurde wel meer: Mozes en Elia kenden allebei een uitzonderlijk, spectaculair levenseinde. Mozes verdween bij zijn dood (Dt 34, 6) en Elia (2 K 2, 11): “Terwijl zij [Elia & Elisa] nu pratend verder gingen, kwam er opeens een wagen van vuur met paarden van vuur, die hen van elkaar scheidde, en in een stormwind werd Elia ten hemel opgenomen.”
Waar het op aankomt in deze Evangelielezing is de noodzakelijke metamorfose van vorm (lichaam), karakter en verschijning. Zo had Mozes een “glans op het gezicht” (Ex 34, 30). Jezus had na Zijn Verrijzenis een ander lichaam, dat Maria Magdalena niet meer mocht of kon vasthouden (Joh 20, 17). De Gedaanteverandering van Jezus op de hoge berg is een voorafspiegeling van de verrijzenis, zoals Paulus die beschrijft in 1 Kor 15, 40.42.44.51: “hemelse lichamen”, andere “glans”, “onvergankelijkheid”, “een geestelijk lichaam”, “van gedaante veranderen, opeens, in een oogwenk”. In afwachting van de parousía (Wederkomst) (1 Kor 15, 24) (1 Tes 2, 19), geeft Ef 4, 24 ons de volgende doelstelling mee: “Bekleedt u met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.”
De kleurensymboliek tijdens de Gedaanteverandering is daarbij uiterst belangrijk: vuile kleren duiden op zonde, het wassen van die kleren duidt op de schuldvergeving door God, zoals in Ps 51, 9 (“ik zal rein zijn, maak mij smetteloos: witter dan sneeuw”). De kleurensymboliek gaat nog verder in Apk 7, 14: “Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking, die hun gewaden hebben wit gewassen in het bloed van het Lam.”
Het bloed van Jezus heeft een reinigende functie (cf. Lev 14, 52). Bovendien zit “de levenskracht van mens en dier in het bloed” (Lev 17, 11). Het is daarom dat God nog een bevel toevoegt aan de ultieme zalving van Zijn Zoon: “luistert naar Hem”.
1 Tim 2, 5 vat het zo samen: “Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus”.
Bernard

Geen feed gevonden