Toen de Titanic zonk in 1912, zei men eigenlijk “women and children first”, maar “Ladies first” is een bekende uitdrukking geworden. Of we nu Mc 16, 1-8 of Joh 20, 1-9 lezen, het valt enorm op dat de vrouwen prominent aanwezig zijn tijdens het Paasgebeuren: “De mannelijke leerlingen zijn nergens te bekennen. Het zijn vrouwen die tot het laatst bij Jezus blijven en even later het eerst bij zijn graf zijn.” (Jongerenbijbel, 2015, pag. 76). Aan de voet van het Kruis stonden: “zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena” (Joh 19, 25). Johannes stond, als enige mannelijke volgeling, naast Jezus’ moeder (volgens Joh 19, 26). Zou het daarom zijn dat Johannes vaak afgebeeld wordt met bijna vrouwelijke gelaatstrekken? Als we het relaas van Johannes harmoniseren met dat van Marcus 15, 40-41, mogen we aannemen dat de dames het wrede spektakel van de kruisiging niet verder konden aanzien en dat ze zich “op een afstand” teruggetrokken hadden: “Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses en Salome” (…) en “verder nog vele andere vrouwen”. Maria, moeder van Jezus, en Johannes zijn kennelijk wat verder weggegaan, want Marcus vermeldt ze niet meer. Lucas (24, 10) voegt er nog een vrouw aan toe: “Johanna” (en “de andere vrouwen die met hen waren”). Opvallend: de mannelijke apostelen wilden het Paasverhaal van de vrouwen aanvankelijk niet geloven: het “leek hun beuzelpraat” (Lc 24, 11).

F0034b13Laten we nu 5 bij naam genoemde vrouwen bestuderen…

1) Er zijn wel 7 Maria’s in het Nieuwe Testament, maar er is uiteraard slechts één moeder van Jezus. Ze staat een tijdje onder het Kruis, waar ze door Jezus toevertrouwd wordt aan de goede zorgen van Johannes, die wellicht haar neef was. Aan de voet van het Kruis wordt in zekere zin de nieuwe kerkgemeenschap gesticht (zie Hnd 1, 14: “Zij allen [de 11 resterende apostelen] bleven eensgezind volharden in gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.”)
2) Salome, letterlijk ‘rijk aan vrede’, wellicht de zuster van Jezus’ moeder, “de moeder der zonen van Zebedeüs” (Mt 27, 56), dat wil zeggen Jakobus de Oudere (de Meerdere) en Johannes. De evangelist Johannes vernoemt haar naam niet, net zoals hij zijn eigen naam niet vernoemt, hij spreekt van “de zuster van zijn [Jezus’] moeder” (Joh 19, 25). Marcus (15, 40) laat de naam “Salome” vallen.
3) Maria, “de moeder van Jakobus de jongere (de mindere) en van Joses [“Jozef” bij Mt 27, 56]” (Mc 15, 40), “de vrouw van Klopas” (Joh 19, 25). Volgens sommige exegeten is deze Maria van Klopas de zus van Maria, maar in dat geval zou Anna 2 dochters Maria hebben genoemd: “Het is echter heel onwaarschijnlijk dat twee zusters allebei Maria zouden heten” (Studiebijbel, Thoralf Gilbrant, 1990, pag. 779). Het is onzeker of Klopas gelijk is aan de Emmaüsganger, Kleopas genaamd (Lc 24, 18), of aan Alfeüs. Is zij “de andere Maria” van Mt 28, 1?
4) Johanna, letterlijk “de Heer is genadig”, “de vrouw van Herodes’ rentmeester Chusas” (Lc 8, 3). Lucas vervolgt op een intrigerende manier: “Susanna en vele anderen, die uit eigen middelen voor hen zorgden”. Het is duidelijk dat de vrouwen voor Jezus gezorgd hebben tijdens Zijn leven en tot na Zijn dood. Susanna wordt nog bij naam genoemd, maar over haar is er verder niets bekend, net zoals over die “vele anderen”.
5) Last but not least, Maria Magdalena, ongetwijfeld één van de meest getrouwe leerlingen: zij had het ongelooflijke voorrecht om als eerste de Verrezen Heer te zien (Joh 20, 14) en stond wellicht in hoog aanzien. Lucas vermeldt iets onvoorstelbaar aangaande Maria Magdalena: << enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten verlost waren: Maria die Magdalena wordt genoemd, uit wie zeven duivels waren weggegaan >>. Gaandeweg is men deze Maria Magdalena opzettelijk gaan verwarren met de zondares van Lc 7, 36-50 (“Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem.”). Niemand weet wat we ons moeten voorstellen bij de uitdrijving van 7 duivels: waren dat “ziekten” of “boze geesten” (demonen, zonden)? De stap van ‘zondares’ naar ‘prostituée’ is klein. Wat er ook van zij, de zondares die zich bekeert tot de Heiland is een populair beeld geworden. Merkwaardig is ook dat 2 vrouwen Jezus van kop tot teen gezalfd hebben: de zogenaamde zondares zalfde Zijn voeten; Maria van Betanië (Lc 10, 39 & Joh 11, 2) zalfde Zijn hoofd “met geurige olie”. Deze Maria van Betanië droogde, net zoals de zondares van Lc 7, 36-50, “zijn voeten [af] met haar haren”, maar we mogen ervan uitgaan dat Maria van Betanië niet de zondares van enkele hoofdstukken voordien is.
Er is trouwens nog een andere Maria die een heel belangrijke rol speelt omwille van haar huis “waar velen in gebed verenigd waren”: “Maria, de moeder van Johannes, ook Marcus genoemd” (Hnd 12, 12).
Tot slot, weer de bedenking van aan het begin van dit artikel: de apostelen waren weliswaar allemaal mannen, maar het zijn de vrouwen die Jezus daadwerkelijk hielpen. Een perfect voorbeeld was Jakobus, “ de broeder des Heren” (Gal 1, 19): hij was geen apostel van Jezus of beter gezegd, hij behoorde niet tot de Twaalf (“Ook zijn broeders immers geloofden niet in Hem” – Joh 7, 5). Echte broer of stiefbroer of verwante, dat is nog een andere discussie... Desalniettemin werd hij dé leider van de christelijke gemeenschap te Jeruzalem en speelde hij een doorslaggevende rol tijdens het Apostelconcilie rond het jaar 49 n. Chr. (zie Hnd 15, 1-22).
Zou het kunnen dat de vrouwen al heel vroeg in de prille kerkgeschiedenis opzij geschoven werden door de mannelijke hiërarchie, Petrus en Jakobus op kop?
Ladies first, but it’s a man’s world?
Herlees het volledige artikel op de website http://sint-jorisparochie.be.
Bernard

Geen feed gevonden