(opgedragen aan E.H. Hugo Dierick, voor zijn werk bij Marriage Encounter)
In de tweede lezing en in de Evangelielezing van vandaag wordt de liefde bezongen in alle toonaarden, maar de vraag is of wij de term “liefde” wel begrijpen zoals de evangelist Johannes die begreep: denken wij niet teveel aan de “heidense term eros” (Missaal, pag. 436)?

In 1960 publiceerde C.S. Lewis zijn boek “De vier liefdes” (The Four Loves): storgè (moederliefde, affectie), eros (romantische liefde), philia (vriendschap) & agapè (universele naastenliefde). Met dit artikel wil ik aantonen dat Jezus alle vormen van egocentrische liefde openbrak tot onbaatzuchtige naastenliefde. Onbaatzuchtig wil zeggen dat we er zelf geen voordeel van willen hebben: daar heeft onze menselijke natuur het erg moeilijk mee, want wij halen juist wel graag voordeel uit een relatie (cf. vriendjespolitiek, hooggeplaatste vrienden hebben, trouwen met een rijke, machtige man, een verstandshuwelijk,…).
Laten we beginnen met de storgè-liefde, de affectie van de familiebanden, de moederliefde die letterlijk heel natuurlijk is, want ze bestaat ook in de dierenwereld. Natuurlijk had Maria een oneindige liefde voor haar Eniggeboren Zoon. Ik moet hierbij altijd denken aan het marmeren beeldhouwwerk van Michelangelo, de pietà: Maria omsluit krachtig het bovenlichaam van haar Zoon met haar rechterarm, Jezus die net van het Kruis werd gehaald en die levenloos op haar schoot ligt, terwijl haar linkerhand het lichaam als het ware presenteert aan de toeschouwer en de toeschouwer oproept tot verering. Jezus had Zijn moeder in extremis toevertrouwd aan de evangelist Johannes, die misschien Zijn neef was. De familiale affectie blijft behouden, ‘het blijft in de familie’, zoals wij zeggen, maar Jezus Zelf had gezegd:
< Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broeders?” En met een gebaar naar zijn leerlingen zei Hij: “Ziedaar mijn moeder en mijn broeders; want mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil volbrengen van mijn Vader in de hemel. > (Mt 12, 48-50)
Laten we nu even stilstaan bij de romantische, vaak lichamelijke liefde (de eros-liefde). De Verrezen Heer verschijnt aan Maria Magdalena. In eerste instantie herkent zij Hem niet, ze denkt dat het de tuinman is; wanneer Jezus haar bij naam noemt, wil zij Hem in de armen vliegen, en Hij spreekt dan die beroemde woorden uit:
< Houd mij niet vast, want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader, maar ga naar mijn broeders en zeg hun: “Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.” > (Joh 20, 17)
In de schilderkunst staat dit moment bekend als “Noli me tangere”. Ik wil hier zeker niet zo ver gaan als Dan Brown die in zijn boek “Da Vinci Code” van 2003 insinueert dat er eros-liefde was tussen Jezus en Maria Magdalena, met als gevolg afstammelingen. Neen, dat is fictie: volgens de Bijbel had Jezus Maria Magdalena bevrijd van 7 demonen (ik weet niet wat we ons daar moeten bij voorstellen); samen met andere vrouwen zorgde zij financieel voor Jezus en Zijn apostelen. Ze was aanwezig bij de Kruisiging, bij de graflegging en vooral: ze had het privilege als eerste de Verrezen Heer weer te zien. Men zou verwachten dat Jezus eerst zou verschijnen aan Zijn moeder of aan Petrus, maar neen, Jezus verscheen eerst aan Maria Magdalena. Naar mijn gevoel was zij de beste leerling van de klas, zij voelde Hem aan beter dan al die andere mannen. In de Jezus-film van 1999 (in de reeks Bijbelfilms) wordt Maria Magdalena vlakaf afgeschilderd als een prostituée (wat niet letterlijk in de Bijbel staat): ze wordt net betaald door een klant voor haar venale liefde (dat wil zeggen liefde die te koop is), wanneer ze ziet hoe een vrouw die betrapt is op overspel (zie Joh 8) bij Jezus wordt gebracht, die haar uiteindelijk vergeeft na Zijn beroemde woorden te hebben uitgesproken (“Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.”). Maria Magdalena wordt daar tot in het diepste van haar hart getroffen door een heel ander soort liefde die juist niet te koop is, totaal onbaatzuchtig: philia en agapè.
Zo komen we, met Maria Magdalena, bij de philia-liefde. Het is zuivere philia-liefde, de grote vriendschappelijke liefde, zoals tussen David en Jonathan, Jezus en zijn lievelingsleerling Johannes, niets te maken met voortplantingsinstinct of natuurlijke drang. Maar zelfs deze mooie philia-liefde wil Jezus openbreken naar agapè-liefde: tussen Jezus en Maria Magdalena mag er geen exclusieve relatie ontstaan, hoe groot de vriendschap ook is; er zijn nog andere broeders en zusters die moeten betrokken worden in de uitstorting van de universele, onbaatzuchtige naastenliefde.
Jezus zei het in de Bergrede: “Want als gij bemint die u beminnen, wat voor recht op loon hebt gij dan? Doen de tollenaars niet hetzelfde? En als gij alleen uw broeders groet, wat voor buitengewoons doet gij dan? Doen de heidenen dat ook niet? Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.” (Mt 5, 46-48)
Jezus vraagt dus van ons de volmaakte agapè-liefde, de goddelijke liefde, zonder “aanzien des persoons”, zoals de eerste lezing het zegt (Hnd 10, 34).

Dat is de centrale Blijde Boodschap van het Paasgebeuren: de agapè, de goddelijke liefde, is nu beschikbaar voor iedereen. In het Oude Testament was het heil grotendeels voorbehouden aan het “uitverkoren volk”; sinds het Kruis strekt de goddelijke agapè-liefde zich uit tot de hele mensheid. Onze Vader in de hemel laat immers de zon opgaan over slechten en goeden en Hij laat [het] regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (naar Mt 5, 45).
Bovendien mag de agapè-liefde zich niet opsluiten in een relatie tussen 2 personen: zelfs het mooiste en het beste koppel moet de agapè-liefde beoefenen, naast de legitieme storgè, eros en philia liefde.
Wanneer wij binnen stappen in het lege graf, moeten wij niet alleen zien, maar ook en vooral geloven in het genade-aanbod van de allesomvattende naastenliefde, in al haar vormen.
Tenslotte een reminder van het nieuwe gebod dat Jezus ons geeft:
< Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken, dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart. > (Joh 13, 34-35)
Zo heeft Jezus de liefde gesublimeerd tijdens heel Zijn leven tot aan het Kruis!
“Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.” (Joh 15, 13)
De Liefde, als zelfopoffering, als zelfgave: Pasen is er de bekroning van!

Bernard

 

Geen feed gevonden