Johannes 17 wordt het hoge priesterlijk afscheidsgebed genoemd en dan stelt zich de vraag of het gebed voor eenheid (“opdat zij één mogen zijn zoals Wij”) verhoord werd. Wie de kerkgeschiedenis bestudeert of de twaalfde encycliek van paus Johannes Paulus II (Ut Unum Sint, 1995) leest, is geneigd te stellen dat er een enorme verdeeldheid is tussen christenen. Paus Johannes Paulus II deed een warme oproep om resoluut te gaan voor de oecumene. Er was niet alleen de Ariaanse controverse in de 4de eeuw, het grote schisma in 1054, het Westerse schisma tussen 1378 en 1417 (met op een gegeven moment 3 pausen), de Reformatie in 1517, de Anglicaanse Kerk in 1534, maar ook talloze afscheuringen en opsplitsingen: sommige studies gewagen van… 45.000 christelijke denominaties. Het is overigens uitermate belangrijk te noteren dat de verdeeldheid begon terwijl Jezus er nog bij stond te kijken: “zij [de leerlingen] hadden onderweg een woordenwisseling gehad over de vraag, wie de grootste was” (Mc 9, 34). Iets later is er een machtsstrijd tussen “Jakobus en Johannes” (Mc 10, 37). Bovendien zijn er voortdurend spanningen tussen de “johanneïsche gemeenschap” en “de andere gemeentes, in de persoon van Petrus” (NBV Studiebijbel – 2008, pag. 1941). Jezus lijkt bijna geïrriteerd door die eeuwige tweestrijd: “Als Ik hem [Johannes] wil laten blijven tot Ik kom, is dat uw zaak? Gij [Petrus] moet Mij volgen!” (Joh 21, 22). Die spanning is typisch menselijk: enerzijds werd Petrus aangesteld als de herder van de kudde, de leider van de apostelen (de kapitein van de voetbalploeg), anderzijds werd Johannes aangeduid als de lievelingsleerling van de Meester. Het is inderdaad een beetje zoals in het voetbal: de kapitein is niet noodzakelijk de sterspeler van het elftal (op het einde van het Johannes-evangelie waren er nog slechts 11 apostelen). “Zo ontstond onder de broeders het gerucht, dat die leerling niet zou sterven” (v. 23). Het spreekt voor zich dat Johannes niet onsterfelijk was: men neemt aan dat Johannes figuurlijk onsterfelijk werd door zijn Evangelie, dat tamelijk fel verschilt van de 3 zogenaamde synoptici (waarvan alleen Matteüs een apostel zou kunnen geweest zijn).
Tot zover het utopische aspect van het hoge priesterlijke afscheidsgebed van Jezus. Een onmogelijke werkelijkheid zoals het “Alle Menschen werden Brüder” van Von Schiller (1785), gebruikt in de koorfinale van de Negende Symfonie van Beethoven (1823), gekozen door de Raad van Europa als volkslied (1972) en tenslotte door de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie uitgekozen als officieel volkslied van de Europese Unie (1985)?

F0034a19(foto: het symbool van de oecumene). Laten we positief blijven! Jezus wist dat er rivaliteit was tussen Zijn apostelen: misschien bedoelde Hij iets anders met Zijn oproep tot eenheid. Laten we zeker ook de context bekijken: Jezus verwijst onmiddellijk naar de eenheid tussen de Vader en de Zoon (en de Heilige Geest). Zouden niet alle christenen in koor Joh 17, 3 aanvaarden?
“En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus.”
Zouden niet alle christenen zich achter de geloofsbelijdenis van Paulus kunnen scharen (Rom 10, 9)?
“Want als uw mond belijdt, dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft, dat God Hem van de doden heeft opgewekt, zult gij gered worden”.
Worden niet alle christenen geheiligd (Griekse werkwoord hagiazõ) door het geloof in het Kruisoffer en door de Heilige Geest die in hen woont?
Vers 17 zegt het zo mooi: “Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid”.
Er zijn uiteraard vele verschillende vertalingen van het Nieuwe Testament en enkele verschillende interpretaties, maar staan niet alle christenen achter “de Blijde Boodschap van Jezus Christus, de Zoon van God” (Mc 1, 1)? Kunnen alle christenen zich niet vinden in de essentie?
Laten we, tot slot, nooit vergeten dat we, zelfs binnen de grenzen van een kleine parochiegemeenschap, één lichaam van Christus vormen en dat “alles het werk [is] van één en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil”.
Alleen op die manier geven wij zelf gehoor en gevolg aan het hoge priesterlijke afscheidsgebed van Jezus… Ja, dan kunnen we zelfs onze levenspartner heiligen volgens Paulus (1 Kor 7, 14): “Met de vrouw is de niet-gelovige man geheiligd en met de man de niet-gelovige vrouw”.

Bernard

Geen feed gevonden