Sinds 1913 wordt het Heilig Hart van Jezus gevierd in de Sint-Joriskerk, in principe op de 3de vrijdag na Pinksteren, maar in de praktijk vaak tijdens de weekendmissen (dit jaar op 12 & 13 juni, ‘ten koste van’ de 11de zondag door het jaar). Deze devotie was vroeger zo populair dat men nog steeds vele restanten van deze mooie traditie aantreft op rommelmarkten of in Kringwinkels. Het spreekt voor zich dat een traditie die niet meer zo intens beleefd wordt dreigt te degraderen tot kitsch. De daarbij horende processies waren vroeger boegbeelden en topmomenten van het Rijke Roomsche Leven dat in België ten einde liep met het overlijden van Jozef Ernest kardinaal Van Roey in 1961. Door het coronavirus kwam er een brutaal einde aan processies, rijke liturgische rituelen,… Daar komt het uiteindelijk op aan bij een volksdevotie: een groot deel van de bevolking doet mee. Hoog tijd om deze oude traditie onder de loep te nemen, in de hoop dat ze volgend jaar in ere hersteld kan worden…

 

F0034b23

afbeelding: Longinus van Caesarea (standbeeld in Rome door Bernini)

De traditie van het Heilig Hart van Jezus is oud, heel oud. In feite begint ze in het Nieuwe Testament zelf, meer bepaald in het Johannes-evangelie: “Eén van de leerlingen, degene die door Jezus bemind werd, lag dicht tegen Jezus aan (...) leunde (...) tegen Jezus’ borst” (Joh 13, 23-25 partim).
Heel de symboliek van het Heilig Hart is al aanwezig in deze 3 verzen: de lievelingsleerling van Jezus (meer dan waarschijnlijk Johannes) ligt tegen Jezus’ borst (en dus hart). Zeggen wij niet in het Nederlands “na of nauw aan het hart liggen” in de zin van ‘dierbaar zijn’? Het sleutelvers is uiteraard vers 34 van hoofdstuk 19 van hetzelfde Johannes-evangelie: “één van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit”.
Het water is men al heel gauw gaan associëren met het doopsel en het bloed met de eucharistische wijn. De Romeinse soldaat die de zijde van Jezus na zijn kruisdood doorboorde met een lans of speer kreeg een naam en werd zelfs een heilige: Longinus van Caesarea (zou hij de centurio of honderdman geweest zijn?). Zijn lans werd de Heilige Lans of zelfs Speer van het Lot; de kelk waarin het bloed van Christus werd opgevangen en die door Jozef van Arimatea werd meegenomen zou later de Heilige Graal worden. Volgens de legende was Longinus slechtziende en was hij meteen verlost van zijn oogkwaal, toen het bloed van Jezus langs de lans in zijn ogen liep. Er zijn wereldwijd minstens 6 exemplaren of restanten of fragmenten van de Heilige Lans of Speer: Rome, Parijs, Ejmiatsin, Krakau, Wenen, Aachen,…

De combinatie van bloed en water werd door Origenes (184-253) al beschouwd als een mirakel met een allegorische betekenis: het bloed duidt op de menselijkheid van Jezus, het water op Zijn goddelijkheid. Het is daarom dat de priester een vleugje water toevoegt aan de miswijn net vóór de consecratie.
Sinds mensenheugenis staat het hart symbool voor de gevoelens (daar waar de hersenen meer symbool staan voor de ratio of het verstand): “Bewaar uw hart, meer dan alles wat gij moet behoeden, want daar ontspringt de bron van het leven” (Spr 4, 23).

Of zoals de eerste lezing (Hosea 11, 8c) het zo mooi zegt: “Mijn hart slaat om, heel mijn binnenste wordt week”.
Zo staat het er al in het Oude Testament, maar in het Nieuwe Testament krijgt het hart een centrale plaats: “Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft, ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever” (2 Kor 9, 7).

De devotie is begonnen in de Oudheid, voornamelijk bij Augustinus (354-430), opgekomen in de Middeleeuwen (met een Mechthild van Maagdenburg, een Gertrudis van Helfta en in de Nederlanden een Hadewijch), maar in de 17de eeuw ging men echt veel aandacht schenken aan “het hart van Jezus als een bron van liefde” (Nico van den Akker & Peter Nissen, Wegen en dwarswegen, 1999, pag. 215). De tijd was er rijp voor met figuren als de humanist Justus Lipsius (1547-1606), de theoloog en wiskundige Blaise Pascal (1623-1662), de arts William Harvey (1578-1657),…

Het rationele denken komt op aan de vooravond van de Eeuw van de Verlichting; de verering van het Heilig Hart is als een soort tegenreactie met meer aandacht voor affectie en emotie. De Jezuïeten speelden een vooraanstaande rol in de verering van het Heilig Hart. Jezus zou aan Margaretha Maria Alacoque rond 1673 opdracht gegeven hebben om deze devotie te bevorderen. Ruim anderhalve eeuw later, in 1856, werd er een speciale feestdag ingesteld op de derde vrijdag na Pinksteren. In de 19de eeuw groeide de devotie aanzienlijk: de persoonlijke vroomheid van de Heilig Hartverering werd geassocieerd met sociale actie en naastenliefde. In 1864 werd Alacoque zalig verklaard en in 1920 heilig met als feestdag 16/17 oktober.

Ondertussen wordt het symbool van het hartje overvloedig gebruikt op de social media, maar het Missaal (pag. 642) verwoordt de veel diepere betekenis als volgt: we moeten “onze broeders [en zusters] beminnen met het hart van Christus”. Dat is natuurlijk andere koek, want we kennen allemaal de definitie die Jezus gaf aan de ware Liefde, de onbaatzuchtige agapè (Joh 15, 13): “Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden”.

De Heilig Hart-verering is een bezinning bij de zelfgave van Jezus Christus, waar we nooit lang genoeg kunnen bij stilstaan.
Sursum corda: verheft uw hart! 

Bernard

Geen feed gevonden