Het dogma van Maria-Tenhemelopneming werd afgekondigd door Pius XII in 1950. Het lag al op tafel tijdens het Eerste Vaticaans Concilie (1870), maar toch heeft de Katholieke Kerk nog 80 jaar gewacht met de officiële afkondiging. Nochtans lag het dogma in de lijn van het dogma van de onbevlekte ontvangenis (Pius IX, 1854): Maria is altijd “gevrijwaard van elke smet van de erfzonde” geweest, vanaf haar geboorte uit (Sint-) Anna. Dit dogma gaat terug op de begroeting van de engel Gabriël bij zijn boodschap aan Maria (Lc 1, 28): “Ave, gratia plena, Dominus tecum”, letterlijk vertaald “Gegroet, vol van genade, de Heer met jou”. De begroeting van de nicht Elisabet is al even betekenisvol: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen” (Lc 1, 42). In het volgende vers valt de uitdrukking “de moeder van mijn Heer”.

Eén week na het verhaal over de broodvermenigvuldiging, lezen we vandaag een al even bekend verhaal: “tegenwind op het meer” oftewel, maar dan zijn we al aan het interpreteren, “Jezus loopt over het water”. De letterlijke interpretatie kennen we allemaal vanuit de filmwereld, maar wat kan een symbolische interpretatie ons bijbrengen?

Op deze 18de zondag door het jaar gaan we dieper in op het overbekende verhaal van de broodvermenigvuldiging, het enige mirakel dat in de 4 evangeliën voorkomt en dat 6 maal verteld wordt. Het is een uitgelezen moment om de letterlijke en de figuurlijke/symbolische lezing te belichten en om te komen tot een meervoudige lezing met een veelvoud aan zingeving.

Wie vindt er niet graag een koopje in de Kringwinkel, op de Rommelmarkt of tijdens de solden? In de parabel van de verborgen schat lezen we dat het zoeken en vinden van het Koninkrijk veel leuker is dan het vinden van gelijk welke aardse schat. Jezus had dat ook al in de Bergrede gezegd: “zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid” (Mt 6, 33); “Verzamelt u geen schatten op aarde, waar ze door mot en worm vergaan en waar dieven inbreken om te stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar ze niet door mot of worm vergaan en waar dieven niet inbreken om te stelen” (Mt 6, 19-20).

In het tweede deel van de parabelrede (Mt 13) vertelt Jezus hoe gemakkelijk er onkruid groeit tussen de tarwe en Hij legt uit dat het onkruid symbool staat voor “de kinderen van het kwaad”. Van de oude zegswijze <<onkruid vergaat niet>> weten we dat het slechte moeilijk uit te roeien valt; integendeel, het slechte heeft neiging om het goede te overwoekeren. De parabel wil ons nog een andere les aanreiken: de “knechten” zijn te gebrand op het “bijeengaren” (lees: uittrekken, wieden) van het onkruid. Bij Zijn uitleg gaat Jezus niet in op dit voorstel van de knechten. In de parabel zelf zegt de Heer duidelijk “neen”: de Heer is bang dat de knechten bij het bijeengaren van het onkruid per ongeluk ook wat goede tarwe zouden uittrekken. Jezus zegt expliciet dat het wieden & verbranden  van het onkruid pas zal gebeuren “op het einde van de wereld”.

Het evangelie van de 14de zondag door het jaar is hetzelfde als dat van de viering van het Heilig Hart van Jezus, namelijk Mt 11, 25-30 (de lichte last); we verwijzen dan ook graag naar het artikel “Meer dan een gouden hart” dat op 17 juni verscheen. Vandaag concentreren we ons op één aspect van vers 25: Jezus zegt er ons dat de toegang tot Gods koninkrijk niet afhangt van ons studieniveau, maar eerder weggelegd is voor de “kleinen” (SV & NBG “kinderkens”). 

Lieve mensen,
Beste parochianen van Sint-Anna-ten-Drieën, Sint-Walburgis en Sint-Joris,

Ik heb vandaag een bijzondere mededeling voor u.
Vandaag zijn we in vreugde hier samen om te vieren, eindelijk, na bijna drie maanden!
Ik besef dat deze mededeling een domper op de feestvreugde zal zijn, waarvoor mijn verontschuldigingen.

Vanaf 1 september zal ik niet meer bij jullie zijn.
De bisschop heeft mij gevraagd om een nieuwe opdracht te aanvaarden. Vanaf 1 september word ik parochiepriester in de Pastorale Eenheid Rupelkerk Sint-Franciscus (de parochies in Boom en Rumst) en de Pastorale Eenheid Sint-Bernardus (de parochies in Niel-Schelle-Hemiksem).

Als men zegt in het Nederlands dat iemand een goed, of zelfs een gouden, hart heeft, dan bedoelt men dat die persoon heel lief is. In het geval van Jezus spreken we van een Heilig Hart, omdat Hij de hele mensheid lief had. We weten van Mt 5, 46 dat het geen kunst is om onze vrienden, familie en geliefden lief te hebben.

Carlos Maes, voorzitter van de kapel van O.L.V. van het Kasteel, verneemt met veel droefheid dat op 28 mei laatstleden kapellid Constant (“Stan”) Geerts, echtgenoot van Simone Lenaers, overleden is. De uitvaart heeft plaatsgevonden in intieme familiekring. De kapel en het parochieteam bieden de familie van de overledene hun diepste blijk van medeleven aan.

Beste parochianen, lieve mensen allemaal.

De coronacrisis heeft ook een grote impact op het liturgisch leven in onze parochie gehad.

Vanaf 8 juni werden de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad versoepeld zodat erediensten opnieuw kunnen plaatshebben. Vermits we ons willen gedragen als een “goede huisvader” hebben we ons daarop voorbereid, waarbij we het principe “veiligheid eerst” hanteerden. Ziehier enkele van de maatregelen die we genomen hebben. Gelieve deze zorgvuldig te bestuderen. Dank voor uw aandacht!

pastoor Herman Augustyns

Geen feed gevonden