Beste parochiaan of gelovige verbonden met de Sint Joriskerk.

Zoals jullie weten heeft de overheid op 13 december een versoepeling toegestaan ivm de publieke erediensten.

Op Kerstavond en op de zondag van de Heilige Familie, Jezus, Maria en Jozef lezen we overbekende fragmenten uit het tweede hoofdstuk van het Lucas-evangelie: Lc 2, 1-14 “Heden is ons een Redder geboren” en Lc 2, 22-40 “De opdracht in de Tempel”. Meteen begrijpen we ook waarom Kerstmis zo’n geliefd feest is. 

Het spreekwoord “wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd” is van toepassing op de Schriftlezingen van de vierde zondag van de Advent. Het contrast tussen de eerste lezing en het Evangelie van de dag is opvallend: David ziet alles groots (een groot paleis voor hem en een grote Tempel voor God), terwijl “het grootste heilsgebeuren” gaat plaatsvinden in een “bescheiden Palestijnse woning” (Missaal, 2007, pag. 65).

Johannes was werkzaam in de woestijn en moest de weg voor de Messias recht maken, wat impliceert dat de Joodse leiders de weg krom hadden gemaakt. Johannes de Doper werd gezonden door God om een boodschap over te brengen. De synoptici (Mt, Mc, Lc) typeren hem als een voorloper-wegbereider; Johannes typeert hem eerder als een getuige. In het Griekse woord voor “getuigen” (martureoo) zit echter ook “martelaar worden” vervat: we weten dat Johannes de Doper al snel onthoofd zou worden vanwege zijn getuigenis tegen het “establishment”. En helaas zouden de meeste mensen niet gaan geloven in het Licht; in zekere zin verkozen zij de duisternis. Wat er ook van zij, Johannes de Doper moet getuigen over dat Licht opdat alle mensen (Joden én heidenen) het Licht zouden kunnen zien (letterlijk en figuurlijk). Tijdens de zeer officieel lijkende ondervraging geeft Johannes de Doper duidelijk aan dat hijzelf niet het Licht is, noch de Messias, noch een profeet. Johannes de Doper mocht dan wel lijken op Elia, die men terug verwachtte tegen de eindtijd, maar hij wil niet geïdentificeerd worden als de nieuwe Elia.

Het is duidelijk dat Marcus met de deur in huis valt met zijn evangelie van de actie: geen geboorteverhalen, er wordt zo snel mogelijk overgeschakeld naar het optreden van Johannes de Doper en Jezus Zelf. Er was al 4 eeuwen geen profeet meer geweest en de evangelist Marcus is gehaast om er in te vliegen, nu dat God het heil heeft uitgestrekt tot de heidenen, via Jezus Christus. Marcus wil deze “blijde boodschap” zo snel mogelijk duidelijk maken voor een heidens, mogelijk Romeins, publiek. De Romeinen hielden wel van een heraut die de komst van een belangrijk persoon kwam aankondigen. Die heraut was Johannes de Doper die Lieve Wouters de “noodzakelijke neef” (Kerknet, 2018) noemde. De Joden kenden een proselietendoop als reinigingsceremonie, maar “een doopsel van bekering” was revolutionair nieuw.

Goede vrienden.

Als ‘advent’ staat voor ‘verwachten’ en ‘uitzien naar’, dan weten we in 2020 best waar we samen naar uitzien! Het is lang geleden dat wereldwijd nog zulk een eensgezindheid bestond over de vraag wat ons samen pijn doet of ontbreekt. COVID-19 heeft onze verwachting op scherp gezet. Zolang geen vaccin beschikbaar is voor alle wereldburgers, zal het virus ons blijven achtervolgen. Zonder vaccin zal de mensheid aan het kortste einde blijven trekken, nu eens hier, dan weer daar. In deze noodtoestand helpt het niet naar omhoog te kijken, als kon de redding uit de hemel neerdalen. Neen, alle verstand en verantwoordelijkheidszin die de mensheid van God heeft gekregen, zal zij moeten inzetten om tot een oplossing te komen. Het geloof vervangt de wetenschap niet, ze ondersteunt en motiveert haar.

De eerste christenen keken uit naar een snelle wederkomst van Christus; de meeste eigentijdse christenen kijken er veel minder, misschien zelfs te weinig, naar uit. De Kerk wil “de fakkel van de hoop” (Missaal pag. 2) hoog houden. Dit gezegd zijnde, moeten we niet beginnen gissen naar het tijdstip van Christus’ wederkomst; wel moeten we beseffen dat de Advent niet alleen uitkijkt naar de menswording of geboorte van de Redder, maar ook naar de Wederkomst van diezelfde Redder, als Rechter. Het is belangrijk dat wij hoopvol blijven uitkijken en de bijna laatste woorden van de Bijbel blijven uitroepen: Kom, Heer Jezus!

De parabel van de domme en verstandige bruidsmeisjes had ons al wakker geschud, maar nu blijkt passieve waakzaamheid zelfs niet voldoende. Uit de parabel van “het gebruik van de talenten” (WV 1975) blijkt dat we de genade die we gratis, voor niets, ja zelfs onverdiend, ontvangen hebben, intensief en actief moeten inzetten om vruchten af te werpen met het oog op het Koninkrijk van God. Deze parabel is uiteraard geenszins een pleidooi voor wild kapitalisme.

De laatste evangelielezing van het liturgisch jaar schetst een beeld, als in een parabel, van Jezus’ wederkomst in Zijn Koninklijke heerlijkheid: deze 34ste zondag wordt dan ook Christus Koning genoemd. Overdag lopen schapen en geiten samen, door elkaar, te grazen, maar ‘s avonds zal de koninklijke Herder hen scheiden: de schapen komen aan de goede, rechtse kant te staan en de bokken aan de slechte, linkse kant.

De lezingen van Allerheiligen staan in schril contrast met het Halloween-gebeuren (dat – helaas – steeds meer gevierd wordt in onze contreien): het zijn werkelijk troostliederen. Halloween betekent letterlijk “aan de vooravond van Allerheiligen” en is een dodenherdenking die het accent legt op griezel en bang maken. Het hoogfeest van Allerheiligen benadrukt de nagedachtenis van alle heiligen in de geloofsovertuiging dat die overledenen verder leven in het hiernamaals. De grote menigte die uit de verdrukking komt zingt een loflied voor God en voor het Lam. In de hemel alleen witte gewaden, geen rood van het bloedvergieten, geen zwart van de rouw, alleen wit als teken van hoop.

Geen feed gevonden