De parabel van de domme en de verstandige bruidsmeisjes is, zoals alle parabels, een kort verhaal, uit het dagelijkse leven, dat dient om een religieus idee te illustreren. In de tijd van Jezus was het heel normaal dat de bruid en haar bruidsmeisjes zaten te wachten in het ouderlijk huis van de bruid op de bruidegom die vaak veel later dan verwacht kwam, omdat hij wou onderhandelen over de te betalen bruidsschat. In de parabel komt de bruidegom wel erg laat (“midden in de nacht”). Het is hoogst normaal dat alle bruidsmeisjes al in slaap waren gevallen… De uitdrukking “als een dief in de nacht” is afkomstig uit de Bijbel en betekent dat iets vrij plotseling en op een onverwacht moment gebeurt. Het is dus vrij snel duidelijk dat Jezus, met deze parabel, verwijst naar Zijn Wederkomst. In het begin van de tweede eeuw was men vol ongeduld aan het wachten op de Wederkomst (2 Pe 3, 4): “Waar blijft nu de wederkomst die Hij heeft toegezegd? Onze vaderen zijn al gestorven, maar alles blijft zoals het van het begin der schepping geweest is.”

Volgend weekend is er op zaterdag 31 oktober om 16 uur een woorddienst met uitreiking van de communie. De voorganger is gebedsleidster Hilda Coenen.

Op zondag 1 november vieren we het feest van Allerheiligen. De bisschoppelijke conferentie van België heeft gevraagd om op die dag een eucharistieviering te houden ter gedachtenis van de slachtoffers die overleden zijn aan de gevolgen van COVID-19. Deze viering wordt voorgegaan door parochievicaris Jef Smits.

In Mt 22, 37-39 geeft Jezus een geniaal antwoord op de listige vraag naar het voornaamste gebod. De Joden zouden uiteindelijk 613 geboden (248 geboden en 365 verboden) distilleren uit hun Thora: veel Joden zagen door de bomen het bos niet meer. Het is een beetje zoals de coronamaatregelen: ze worden zo vaak bijgesteld en zijn zo complex dat veel burgers het overzicht niet kunnen bewaren. Jezus’ antwoord aan het adres van de wetgeleerde is geniaal te noemen, omdat Jezus niets uitvindt of verzint: Hij combineert de verticale liefde tot God (Dt 6, 5) met de horizontale liefde tot de medemens (Lev. 19, 18b). Dit is geniaal in vele opzichten.

De scheiding van kerk en staat lijkt voor ons een verworvenheid sinds de Franse Revolutie (1789), de Verlichting (XVIIIe eeuw), maar toch is ze niet zo evident: in België werd ze impliciet ingeschreven in de Belgische Grondwet van 1831, maar toch betaalt de Staat nog steeds het onderhoud van de gebedshuizen en de wedde van de bedienaren van de erkende erediensten. In het Verenigd-Koninkrijk staat de Queen aan het hoofd van de Anglicaanse Kerk; in Nederland staat er op de rand van de muntstukken van 2 Euro “God zij met ons”. In Saoedi-Arabië en in Iran hebben de geestelijken de politieke macht in handen en geldt er een streng islamitische en dus religieuze wetgeving. In Israël hebben de rabbijnen nog steeds een belangrijke politieke macht; een burgerlijk huwelijk bestaat niet eens!

De gelijkenis van een koninklijk bruiloftsfeest doet denken aan het bekende toneelstuk van Federico García Lorca van 1933: normaal is een bruiloftsfeest een vreugdevolle gebeurtenis, maar bij Lorca loopt de bruid weg en in de parabel van Jezus is er sprake van “onwillige genodigden”. We vatten de parabel samen en geven meteen de leessleutels.

Het missaal spreekt nog van de “parabel van de moorddadige wijnbouwers” (WV 1975 “de misdadige wijnbouwers”), maar de Willibrordvertaling van 1995 houdt het bij de “gelijkenis van de vruchten”.

Korte samenvatting van de parabel: een landeigenaar woont in het buitenland, stuurt dienaren en tenslotte zijn eigen zoon om de opbrengst van de wijngaard te innen, maar ze worden allemaal vermoord door de wijnbouwers. Religieuze betekenis van de parabel: God woont in de hemel, stuurt profeten en tenslotte Zijn Zoon naar Israël, maar ze worden allemaal vermoord door de Joden. De landeigenaar (God) veronderstelde dat de wijnbouwers de Zoon “wel zouden ontzien”, maar de wijnbouwers dachten er anders over: misschien was de landeigenaar dood en kwam de zoon zijn erfenis opstrijken. Op religieus vlak: na al die verworpen profeten, wilde God nog één keer proberen om Zijn uitverkoren volk tot inkeer en tot volle bloei te laten komen. Dankzij de eerste lezing (Js 5, 1-7), het zogenaamde lied van de wijngaard, weten we met zekerheid dat Israël dé wijngaard is.
Wat maakt deze parabel zo gevaarlijk?

De gelijkenis van een vader met twee zonen lijkt simpel, maar vraagt wat uitleg en wat context. Jezus vertelt deze gelijkenis ten behoeve van de vertegenwoordigers van het Sanhedrin, die vragen hadden bij Jezus’ bevoegdheid. De ene zoon lijkt beleefd en plichtbewust, maar het blijft beperkt tot uiterlijke schijn. De andere zoon is aanvankelijk wat eigenzinnig, maar krijgt spijt, verandert van inzicht en komt tot inkeer. De attitude van de eerste zoon doet wat denken aan de vrome woorden van Ex. 24, 7: “Alles wat Jahwe zegt zullen wij doen en ter harte nemen”. Jezus waarschuwt tegen uiterlijke schijn en loze, vrome woorden. Vooral in de scheldrede tegen de Farizeeën (Mt 23) gaat Jezus hier dieper op in: “zelf handelen ze niet naar hun woorden”. Jezus gebruikt zware scheldwoorden die we misschien niet verwachten uit Zijn mond: huichelaars, blinde leiders, dwazen en blinden, gekalkte graven, slangen, adderengebroed,…

De parabel “Arbeiders van het elfde uur” is een antwoord op een vraag van Petrus: “Wat zullen wij dus krijgen?”. Een parabel of een gelijkenis is een verhaaltje uit het dagelijkse leven gegrepen om een religieus idee te illustreren. Jezus vertelt het herkenbare verhaal van een landeigenaar (= God) die arbeiders (= gelovigen) zoekt voor een intensieve werkdag van 12 uur tijdens de druivenpluk eind september. De landeigenaar gaat 5 maal op zoek naar arbeiders: om 5u ‘s morgens, om 8u, om 11u, om 14.00u en tenslotte om 16.00u. Het dagloon wordt vastgesteld op 1 denarie (laat ons zeggen 50 Euro). Op het einde van de lange werkdag krijgen alle arbeiders 1 denarie (50 Euro). De arbeiders van het eerste uur (die gewerkt hebben van 5u tot 17.00u) zijn verbolgen dat de arbeiders van het elfde uur (die slechts één uur gewerkt hebben, namelijk van 16.00u tot 17.00u) evenveel krijgen. Zo’n dagloon was zo’n beetje het bestaansminimum: een lam kostte bijvoorbeeld 4 denariën. Als de landeigenaar aan de arbeiders van het elfde uur slechts een uurloon had uitgekeerd, dan zouden ze een slordige 4 Euro hebben gekregen (en dan zouden ze 50 dagen hebben moeten werken om 1 lam te kopen). Het is duidelijk dat de landeigenaar wil dat iedereen het goed heeft en vooral, da t niemand in de armoede verzeild raakt. Tot zover de parabel…

Vergeven en vergeten is slechts één letter verschil, maar het verschil is groot. Jezus vraagt ons meermaals om vergevingsgezind te zijn, maar Hij vraagt nooit om alles zomaar te vergeten. Twee voorbeelden uit de geschiedenis van de Xxste eeuw: de Holocaust of Shoah en de genocide in Rwanda (1994). We mogen die gruwelijke episodes niet vergeten; na de nodige bestraffingen is het tijd voor vergeving en verzoening. Het echte vergeven gebeurt met en vanuit het hart, niet louter met de mond.

Maria en Yvonne leven momenteel in het woonzorgcentrum O.L.V. van Antwerpen. Voordien woonden ze 35 jaar in een prachtig appartement op de Frankrijklei. Het waren zeer actieve parochianen met onder meer grote bijdragen in de werkgroep liturgie en de vzw van de parochie. Op 10 maart waren ze op de televisie in het programma "Iedereen Beroemd" op EEN. Wie de uitzending gemist heeft of ze wenst te herbekijken, kan dat doen langs deze schakel. Navigeer meteen naar de rubriek "woonvlogcentra".

Geen feed gevonden