beeld van O.L.Vrouw van het kasteelOp de derde zondag van oktober vieren de leden van de Kapel van "Onze Lieve Vrouw van het Kasteel" in de Sint-Jorisparochie traditioneel hun jaarlijks feest.

In 2008 was dit feest heel bijzonder, omdat na de restauratie en vernieuwing van de Mariakapel in de kerk het beeld van Onze Lieve Vrouw van het Kasteel eindelijk terug kon keren naar de plaats die speciaal hiervoor ontworpen werd.

Het donker-eikenhouten beeldje heeft een zeer lange geschiedenis achter de rug die nauw verbonden is met het wel en wee van onze stad en ook onze parochie. De Sint-Jorisparochie werd reeds in 1304 gesticht en is daarmee de tweede oudste parochie van de stad. De geschiedenis van het beeldje begint evenwel niet in Sint-Joris zelf.

In het begin van de 16de eeuw was Antwerpen uitgegroeid tot een van de belangrijkste knooppunten van de Europese textielindustrie en -handel. De lokale economie draaide het hele jaar door op volle toeren. Met hun bagage importeerden de handelaars uit het noorden en het oosten echter ook nieuwe religieuze strekkingen. Eerst waren het de Duitsers met de denkbeelden van Maarten Luther. Later kwamen daar ook Wederdopers en Calvinisten bij. Zij vormden samen een bedreiging voor de centralistische politiek van de Spaanse Filips II die het toen in onze contreien voor het zeggen had. De spanningen bleven niet uit en culmineerden in de Beeldenstorm in 1566 waarbij de inboedel van vele kerken kort en klein geslagen werd.

Onmiddellijk hierop besloot Filips II de "ijzeren" hertog van Alva met een grote troepenmacht naar de Nederlanden te sturen om de zaak onder controle te brengen. Eén van de eerste acties van Alva was de installatie van "een Raad van Beroerten" en de bouw van een citadel net buiten het toenmalige Antwerpen, ongeveer ter hoogte van de huidige Lodewijk De Waelplaats. Deze citadel was eigenlijk een kleine stad op zich. Naast het bieden van een onderkomen voor 2000 soldaten had zij ook een gevangenis, een eigen smidse, een brouwerij, diverse bakkerijen, vier windmolens en ook een eigen eigen parochiekerk toegewijd in 1574 aan de heiligen Fillipus en Jacobus. Het is nabij de ingangspoort van de citadel dat de aanwezigheid van een houten beeldje van O.L. Vrouw voor het eerst gedocumenteerd wordt. Het draagt de zegel van hertog Alva en is dus vermoedelijk meegebracht uit Spanje.

Het buitensporig geweld en de tirannieke houding van Alva hadden een averechts effect en ondermijnden het leiderschap van Filips II in de Nederlanden ten voordele van de invloed van de opkomende prins Willem van Oranje. In 1576 leidde de gezagscrisis tot muiterij van de Spaanse troepen in Antwerpen waarbij zij al moordend en plunderend door de stad gingen. Deze onthutsende gebeurtenis is de geschiedenis ingegaan als de "Spaanse Furie". In 1577 hadden vele Antwerpenaren zich bekeerd tot het hervormde geloof en hadden de Calvinisten zich meester gemaakt van het bestuur.

Pas in 1585 slaagde de landvoogd Alexander Farnese met veel moeite en een portie geluk er in de stad Antwerpen terug onder Spaans gezag te brengen. Deze gebeurtenis luidde het begin van de katholieke contrareformatie in voor Antwerpen.

Het is kort daarna dat er door toedoen van de paters Dominicanen in de parochiekerk van het kasteel een broederschap van O.L. Vrouw van de Rozenkrans opgericht werd. De pauselijke stichtingsbulle werd bekomen op 5 oktober 1588. Aan de broederschap werd het linkerzijaltaar toegewezen waarvoor tekenden de toenmalige citadel bevelhebber kastelijn Christobal de Mondragon, de pastoor van de kerk Florestan Diaz, de kapitein Dominicus de Diaquet en de vaandrig Antonio de Saavadra.

In 1592 moest er onverhoeds een herstichting gebeuren omdat het boek met de oorspronkelijke stichtingsbulle verloren bleek te zijn. Deze herstichting werd gevierd in de kerk van het kasteel in aanwezigheid van talrijke hoge vertegenwoordigers van de overheid. Het is ook rond die periode dat het gebruik ontstond om op de zondag na het feest van O.L. Vrouw-Geboorte op 8 september het beeld in praalkledij uit te dossen om het binnen de kerk van het kasteel gedurende het ganse oktaaf van het naamfeest van de maagd Maria uit te stallen en te vereren. Een mantel en een schoot uit de kasteelkerk worden trouwens nog steeds bewaard in de kerk van Sint-Joris.

De "val van Antwerpen" voor Farnese luidde een duistere economische periode in voor de stad. De bevolking kreeg de keuze om zich te bekeren tot het katholieke geloof of om de scheldestad te verlaten. Heel wat Antwerpenaars verkozen om te vertrekken - niet zozeer om redenen van religieuze overtuiging - maar omdat zij begrepen dat het door de politieke splitsing tussen de noordelijke en zuidelijke Nederlanden en de daarbij horende sluiting van de schelde uit zou zijn met de economische bloei van Antwerpen. De bevolking van de stad daalde dramatisch van 80.000 zielen in 1585 tot amper 42.000 in 1587.... De lokale economie paste zich aan de nieuwe omstandigheden aan door geleidelijk over te schakelen van de handel naar de verwerkende industrie. Vooral de zijdeindustrie, de diamantindustrie en de kunstnijverheid kenden vanaf de eerste helft van de 17de eeuw een gestage groei.

In het begin van de 17de eeuw was de contrareformatie de belangrijkste bouwheer in de stad. Het katholieke actieplan om de geuzenzielen te heroveren bracht vele kloosterorden naar Antwerpen. Augustijnen en Augustinessen, Karmelieten en Karmelietessen, Kapucijnen, Jezuïeten, Miniemen en Dominicanessen kwamen zich binnen de stad vestigen en bouwden er kerken en kloosters. Sommige van deze gebouwen bestaan nog steeds en vaak hebben zij een aanzienlijke stedenbouwkundige en artistieke waarde, zoals bijvoorbeeld de barokke Carolus Borromeuskerk (1621) en het Hendrik Conscienceplein ervoor die in opdracht van de Jezuïeten gebouwd werden.

Op het einde van de 18de eeuw maakte het verlichte despotisme opgang in Europa. De katholieke kerk had het tijdens deze periode niet onder de markt. In 1781 besliste de Oostenrijkse keizer Jozef II dat alle contemplatieve kloosterorden in de stad moesten afgeschaft worden. De kloosters werden aangeslagen en verkocht. Wanneer in 1793 onze stad in Franse handen viel werd de situatie er zeker niet beter op. Zo is het is enkel dank zij buitengewone diplomatieke handigheid van stadsarchitect Jan Blom dat bijvoorbeeld de Antwerpse O.L.Vrouwekathedraal van de totale afbraak gered werd. In 1798 werd de inboedel van de Sint-Joriskerk verbeurd verklaard en publiek verkocht. Een jaar later moest het gebouw zelf er aan geloven. Hierdoor viel de Sint-Jorisparochie zonder kerk. Wegens de weigering van de clerus om de getrouwheidseed aan het het nieuwe regime af te leggen, werden de diensten aanvankelijk ondergronds voortgezet. Later werd er dankbaar gebruik gemaakt van de leegstaande Sint-Jozefkerk ter Theresianen van het klooster van de Karmelietessen die aanvankelijk gevlucht waren, maar intussen hun klooster en kerk terug ingekocht hadden.

Ook de kerk en de parochie van het kasteel werden in die periode opgeheven en het beeld van O.L.Vrouw van het Kasteel zou gedurende een aantal jaren een diep verborgen bestaan leiden...

Het concordaat van 1801 tussen paus Pius VII en Napoleon Bonaparte gaf de kerk opnieuw de vrijheid om erediensten te organiseren en voorzag zelfs in de bezoldiging van kerkelijke ambtenaren - zij het deels in ruil voor de tijdens de Revolutie genationaliseerde bezittingen.

Hierdoor kon de oude Sint-Jorisparochie zich weer organiseren. Het grondgebied van de parochie werd wel fel ingeperkt werd en aanvankelijk werd ze beschouwd als hulpparochie van Sint-Andries. Ook de Karmelietessen konden veilig terug keren naar hun klooster. Om verzekerd te zijn van het verdere gebruik van de Sint-Jozefskerk werd in 1805 werd een notarieel huurcontract opgesteld tussen de kerkraad van de parochie en de eigenares van de kerk. Dit contract bevatte evenwel een opschortende clausule voor het geval dat het land van de Franse overheerser zou bevrijd worden.

In 1814 was na de verbanning van Napoleon naar Elba aan deze voorwaarde voldaan en lieten de Karmelietessen onmiddellijk officieel weten dat ze terug zelf over hun kerk wensten te beschikken. Omdat de Sint-Jorisparochie evenwel nog steeds niet over een eigen parochiekerk beschikte werd de bestaande situatie voorlopig gedoogd en in 1817 werd zelfs een verlenging van het huurcontract voor 20 jaar overeengekomen.

In 1821 werd het beeld van O.L.Vrouw van het Kasteel overgebracht naar de Sint-Jozefskerk van de Karmelietessen en verhuisde ook de broederschap van O.L.Vrouw van de Rozenkrans naar daar. Er ontstond een hernieuwde devotie rond het beeld.

Wanneer in 1836 de vervaltermijn van het huurcontract in zicht komt, wordt de kerkraad ervan op de hoogte gebracht dat de verhuring niet zal verlengd worden. Bij gebrek aan een degelijk alternatief blijven de kerkmeesters evenwel. Hierdoor ontstond een conflict dat zou leiden tot een gerechtelijke procedure die in 1843 in het voordeel van de Karmelietessen beslecht werd. Er kwam uiteindelijk een deurwaarder aan te pas om te kerk te ontzetten.

De parochie werd noodgedwongen verplicht voorlopige oplossingen te zoeken. De parochiediensten geschiedden nu deels in de kapel van Elzenveld van het Sint-Elizabeth gasthuis en deels in de kerk van de Kapucinessen in de Sint-Rochusstraat. Het beeld van O.L. Vrouw van het Kasteel zou tijdelijk een onderkomen vinden in het godshuis Terninck voor behoeftige meisjes.

Een definitieve oplossing moest evenwel komen van de bouw van een nieuwe parochiekerk. Pastoor van Cauwenbergh kocht het eigendom "Het Groot Wafelhuis" gelegen op de grond van de oorspronkelijke Sint-Joriskerk en er werd een grote campagne gestart voor de financiering van een nieuwe parochiekerk. Ongeveer de helft hiervan kwam van particuliere giften terwijl de rest door stad en staat geleverd werd zodat op het einde van 1847 de werken gestart konden worden.

Op 5 september 1853 kon de nieuwe kerk, hoewel nog lang niet afgewerkt, ingewijd worden. Op 8 september - feest van O.L.Vrouw geboorte - werd het beeld van O.L.Vrouw van het Kasteel naar de Sint-Joriskerk overgebracht. De zondag daarop, op 11 september - het naamfeest van O.L.Vrouw - werd ze plechtig gevierd met een processie. Bij die gelegenheid werd ook de vroegere genootschap van O.L.Vrouw van de Rozenkrans door kardinaal Sterckx heropgericht.

In 1926 zou deze broederschap opgaan in de door pastoor Z.E.H. Thyssen nieuw gestichte instelling "Kapel van O.L.Vrouw van het Kasteel".

In oorlogstijd en in bange ogenblikken, zoals tijdens de beschieting van de stad bij de onafhankelijkheid van België in 1830 en de oorlog in 1914 was er een grote toevlucht tot O.L.Vrouw van het Kasteel. Eertijds ook kwamen vele mensen van buiten de stad op bedevaart om hun vee van ziekte te vrijwaren. Ontelbare moeders smeekten in de tijden van de militieloting een goed nummer af voor hun zonen. Ook vandaag staat het beeld model voor de zachtmoedigheid van Onze Lieve Vrouw, biedt het troost en sterkte voor wie hiernaar op zoek is, en inspireert het iedereen tot bescheidenheid, openheid en beschikbaarheid.

bronnen:

  • Dr. Floris Prims "Geschiedenis van de Sint-Joriskerk", Antwerpen 1924;
  • Pastoor A. Thyssen "Geschiedkundige Nota's betreffende het Ontstaan en de Ontwikkeling van de Sint-Jorisparochie", Sint-Norbertusdrukkerij Tongerloo 1934;
  • Christan Leysen "Antwerpen Onvoltooide Stad", 2003, uitgeverij Lannoo.