Afdrukken
Categorie: hoofdartikel
Hits: 262

De gelijkenis van een koninklijk bruiloftsfeest doet denken aan het bekende toneelstuk van Federico García Lorca van 1933: normaal is een bruiloftsfeest een vreugdevolle gebeurtenis, maar bij Lorca loopt de bruid weg en in de parabel van Jezus is er sprake van “onwillige genodigden”. We vatten de parabel samen en geven meteen de leessleutels.

Een koning (God) geeft een bruiloftsfeest voor zijn zoon (Jezus Christus). Destijds werd er eerst een algemene uitnodiging verstuurd, dan een tweede uitnodiging met de exacte tijd en plaats en tenslotte ging men vaak de gasten of genodigden afhalen. In de parabel stuurt de koning (God) Zijn dienaren (profeten, apostelen en discipelen) om de oorspronkelijke genodigden (het volk Israël) af te halen, “maar zij wilden niet komen”, zij wilden met andere woorden niet ingaan op de blijde boodschap van de bruidegom Jezus Christus.

De tweede uitnodiging verloopt grimmiger in alle opzichten: “alles staat gereed”, maar de genodigden hebben duidelijk andere prioriteiten. Erger nog: sommige dienaren (profeten, apostelen, discipelen) worden simpelweg vermoord door de genodigden. De koning (God) is woedend en laat “de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken”. Dit laatste kan een pijnlijke verwijzing zijn naar de totale verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 n. Chr. (het Mattheüs-evangelie wordt gesitueerd tussen 75 en 90 n. Chr. en wordt wel eens beschuldigd van antisemitisme – o.a. Mt 27, 25: Heel het volk riep terug: “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen!”).

Tenslotte stuurt de koning (God) Zijn dienaren naar de buitenwijken van de stad om gelijk wie uit te nodigen: bedelaars, struikrovers, mensen die door de Joden als onrein werden beschouwd, kortom, alle soorten heidenen. Zo wordt deze gelijkenis gevaarlijk explosief: de blijde boodschap van het bruiloftsfeest van de Zoon zou gepaard moeten gaan met de nodige vreugde van het Koninkrijk van God, maar de leiders van het Joodse volk zagen het anders.

Er zit echter ook een heidense gast (genodigde) “die niet voor een bruiloft gekleed was”, dat wil zeggen: deze man had de uitnodiging van de blijde boodschap aangehoord en aanvaard, maar had ze niet in praktijk gebracht. Het einde van de parabel is verontrustend, omdat de parabel en de realiteit daar door elkaar lopen: de man wordt buitengegooid “in de duisternis”. Een Joodse feestzaal was en is nog steeds helder verlicht; buiten was het donker, maar Jezus zinspeelt duidelijk op de duisternis van de hel, waar “geween en tandengeknars” zal zijn.

Een gedoopte christen zijn is helaas geen garantie op een ticket naar de hemel: “Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren”. Dat is het laatste vers van de parabel. Het doet sterk denken aan een al even onheilspellend paragraafje, De nauwe poort, uit de Bergrede (Mt 7, 13-14): “Gaat binnen door de nauwe poort; want de weg die naar de ondergang voert is wijd en breed, en velen zijn er die hem inslaan. Hoe nauw toch is de poort en hoe smal de weg die voert naar het leven, en weinigen zijn er die hem vinden.”

Kortom: wanneer wij in gebed zeggen “Uw Rijk kome”, moeten wij daadwerkelijk ingaan op het genadeaanbod om “de bruid, de vrouw van het Lam” te zijn, om met de juiste ingesteldheid naar het bruiloftsfeest van de Heer Jezus te gaan...

Bernard