(opgedragen aan E.H. Hugo Dierick, voor zijn werk bij Marriage Encounter)
In de tweede lezing en in de Evangelielezing van vandaag wordt de liefde bezongen in alle toonaarden, maar de vraag is of wij de term “liefde” wel begrijpen zoals de evangelist Johannes die begreep: denken wij niet teveel aan de “heidense term eros” (Missaal, pag. 436)?

Op 24 april namen we in onze kerk afscheid van mevr. Véronica Missonnier (1965-2021). Véronica had eigenlijk de Franse nationaliteit, leefde de laatste jaren in Gap in Frankrijk, maar was aan het sparen voor een terugkeer naar Antwerpen - de stad van haar geliefde zoon, Cédric. Deze kende Sint-Joris als een warme kerk. Véronica werd wel eens omschreven als ‘excentriek’ of een ‘free bird’. Echter was ze vooral gekend als een begaafde kunstenares. Ze had een zeer groot en goed hart: ze zou zichzelf verwaarloosd hebben om anderen te helpen. Ze was - net zoals Jezus - “a rebel with a cause”. Hieronder een reproductie van één van de schilderijen van de overledene.

In het Johannes-evangelie staan er zeven “Ik ben”-uitspraken: Ik ben het Brood des Levens/het Licht van de Wereld/de Deur/de Goede Herder/de Opstanding en het Leven/de Weg, de Waarheid en het Leven/de Ware Wijnstok. Tot voor kort vond ik de 7de en laatste “Ik ben”-uitspraak een beetje een anticlimax, maar nu blijkt “Ik ben de Ware Wijnstok” een perfecte samenvatting van de verhoudingen tussen God de Vader, de Zoon van God en de gelovigen.

Beste parochiaan of gelovige verbonden met de Sint Joriskerk.

Sedert 2 januari worden in de Sint-Joriskerk opnieuw liturgische diensten aangeboden, evenwel met maximaal 15 aanwezigen (exclusief de voorganger en kinderen die twaalf jaar oud zijn of jonger). Lees hier hoe u zich kan registreren om deel te nemen.

De vierde van de 7 “Ik ben-uitspraken” in het Johannes-evangelie lijkt braaf en onschuldig, maar was het zeker niet voor de aandachtige Joodse toehoorders. Tweemaal (Joh. 10, 11.14) zegt Jezus: “Ik ben de goede herder.”
Deze uitspraak had verregaande gevolgen…

Zowel de eerste lezing als de Evangelielezing geven een soort samenvatting van wat er net allemaal gebeurd was met Jezus van Nazareth, die zoon van de timmerman die Zich ontpopte tot Messias. Wie in die tijd het woord “Messias” gebruikte, had allerlei hooggespannen verwachtingen, die de Emmaüsgangers goed weergeven: “En wij leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn die Israël zou verlossen!”
Die enige hoop werd letterlijk en figuurlijk aan het Kruis geslagen op zo’n manier zelfs dat het uiterst moeilijk was om de Verrezen Gekruisigde te herkennen. Maria Magdalena dacht dat het de “tuinman” was (Joh. 20, 15); de apostelen geloofden haar verhaal niet (Mc 16, 11). Toen Hij verscheen aan de Emmaüsgangers “in een andere gedaante”, herkenden ze Hem niet meteen. De Romeinse soldaten die het graf moesten bewaken worden omgekocht om een draai aan het Verrijzenisverhaal te geven: zij sliepen en de leerlingen van Jezus zijn het lijk komen stelen (Mt 28, 13). Dit werd dan volgens Matteüs de officiële versie van de feiten: “Dit verhaal is onder de Joden verder verteld tot op de dag van vandaag.” (Mt 28, 15b).

Op het hoogfeest van Beloken Pasen (beloken = voltooid deelwoord van “beluiken”, het tegenovergestelde van “ontluiken”) sluiten we het paasoctaaf af met steeds dezelfde evangelielezing: het verhaal van de spreekwoordelijke ongelovige Thomas (Joh 20, 19-31). In dit artikel staan we stil bij het vers 28, de uitroep van Thomas: “Mijn Heer en mijn God!”

Toen de Titanic zonk in 1912, zei men eigenlijk “women and children first”, maar “Ladies first” is een bekende uitdrukking geworden. Of we nu Mc 16, 1-8 of Joh 20, 1-9 lezen, het valt enorm op dat de vrouwen prominent aanwezig zijn tijdens het Paasgebeuren: “De mannelijke leerlingen zijn nergens te bekennen. Het zijn vrouwen die tot het laatst bij Jezus blijven en even later het eerst bij zijn graf zijn.” (Jongerenbijbel, 2015, pag. 76). Aan de voet van het Kruis stonden: “zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena” (Joh 19, 25). Johannes stond, als enige mannelijke volgeling, naast Jezus’ moeder (volgens Joh 19, 26). Zou het daarom zijn dat Johannes vaak afgebeeld wordt met bijna vrouwelijke gelaatstrekken? Als we het relaas van Johannes harmoniseren met dat van Marcus 15, 40-41, mogen we aannemen dat de dames het wrede spektakel van de kruisiging niet verder konden aanzien en dat ze zich “op een afstand” teruggetrokken hadden: “Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses en Salome” (…) en “verder nog vele andere vrouwen”. Maria, moeder van Jezus, en Johannes zijn kennelijk wat verder weggegaan, want Marcus vermeldt ze niet meer. Lucas (24, 10) voegt er nog een vrouw aan toe: “Johanna” (en “de andere vrouwen die met hen waren”). Opvallend: de mannelijke apostelen wilden het Paasverhaal van de vrouwen aanvankelijk niet geloven: het “leek hun beuzelpraat” (Lc 24, 11).

Palmzondag, het begin van de Goede Week. Goede Week, niet omwille van het Hosanna-gejubel, maar wel degelijk omwille van het “Crucifixus etiam pro nobis” (Hij werd voor ons gekruisigd).

Dit jaar biedt Sint-Joris opnieuw een volledig programma aan tijdens de Goede Week.

Geen feed gevonden